Opinie Bewaar

Lastiggevallen op de pont: 'Kijk niet weg als je kunt helpen'

Lastiggevallen op de pont: 'Kijk niet weg als je kunt helpen'
© Kristel Steenbergen

Hanna Bijl werd op de pont lastiggevallen en verwachtte elk moment de eerste klap. Ze schrok van de agressie, maar ook van de passiviteit van de medereizigers.

Als Noorderling ga ik dagelijks met de pont, vaak meerdere ­keren per dag. Nooit voelde ik me hierbij onveilig, zelfs niet in het holst van de nacht. Goed, gekkies zijn er overal en dus ook op de pont, maar het gezelschap van de medereizigers zorgt voor een veilig gevoel. Je bent ­immers onder stadgenoten.

Maar de onbevangenheid waarmee ik altijd op de pont stond ben ik sinds een paar weken kwijt. Op een zonnige maandagavond, uur of half tien, was ik op weg naar huis na een etentje bij een vriendin. Ik fietste de pont op - in gezelschap van een man of honderd - en wachtte op de afvaart.

De pont stond halfvol; een plukje toeristen hier, wat late forenzen daar. De relaxte sfeer sloeg om toen twee mannen op scooters luidruchtig roepend de pont op kwamen rijden. "Waar zijn hier die lekkere wijven? Ik zie alleen maar lelijke chicks!"

Eerste instinct
U kent die situaties misschien wel, als een agressief persoon een publieke ruimte binnenkomt. Het eerste instinct van veel mensen is: de andere kant op kijken. Wegkijken, doen alsof je het niet hoort, oortjes in, op de telefoon kijken. We hopen: hij gaat vanzelf wel weg. We vrezen: straks moet hij mij hebben, ik bemoei me er maar niet mee.

Ik doe het zelf ook, want wie wil er nou problemen? Als vrouw in een grote stad weet je wel beter dan oogcontact te maken met een agressief, onvoorspelbaar persoon.
De schreeuwende mannen met de scooter hadden hun zinnen gezet op moeilijkheden, dat was duidelijk. Ik had de pech dichtbij te staan.

Irritatie en angst
Kan ik doorlopen? Nee, net geen ruimte voor. Oortjes, een beproefd middel om opdringerige mannen buiten te sluiten, had ik toevallig niet bij me. Toen de baldadigste van de twee me in het vizier kreeg, bonkte mijn hart in mijn keel. "Hee sexy, hee sexy, hoor je me niet, hee sexy, hee sexy, hee sexy...".

Oostindisch doof gaat ook maar zo ver, en na een tik op mijn arm moest ik wel reageren. "Rot op joh, laat me met rust." Geen diplomatieke reactie, maar eentje die werd ingegeven door irritatie en angst. Wat moest deze idioot nou weer?

Mijn reactie deed de bom barsten. De man dreef me in het nauw en begon me de huid vol te schelden. Met agressieve bewegingen dreef hij me steeds verder een hoek in, ik verwachtte elk moment de eerste klap.

Ik zag medereizigers omkijken, en daarna snel weer de blik naar voren richten. Ik wist weinig meer uit te brengen dan een verbijsterd: "Wat moet je van me?" De pont was intussen aan het varen. Na wat een eeuwigheid leek, maar een paar minuten geweest zal zijn, kwam een vrouw me te hulp. "Laat haar met rust joh."

Ook zij kreeg de volle laag. Nog meer mensen keken om, en daarna weer op hun telefoon. Ik voelde me gesterkt door haar bijstand, maar verre van veilig.
Ik ben deze anonieme vrouw er eeuwig dankbaar voor dat ze me te hulp kwam. Door haar bijstand wist ik uit mijn hoek te komen en de ­afgemeerde pont te verlaten.

Met agressieve bewegingen dreef hij me steeds verder de hoek in

Terwijl onze ­medereizigers de pont af snelden, op weg naar huis, bleef hij komen. Uiteindelijk belden we 112 en koos hij, onder druk van zijn vriend, het hazenpad. Nog natrillend wachtten we op de politie.

Passiviteit
Uiteindelijk schrok ik behalve van de agressie van de man, van de passiviteit van mijn ­medereizigers, en mede-Amsterdammers. Waarom hielp niemand me? Waar zijn de stoere mannen die in computerspelletjes draken verslaan en naar superheldenfilms gaan?

De vrouw die mij uiteindelijk te hulp schoot - niet bepaald groot van stuk - vertelde me achteraf dat ze zelf ook zoiets had meegemaakt. Misschien is dat nodig voordat je ingrijpt.

Lieve stadgenoten, als u zich ooit in een dergelijke situatie bevindt, kijk dan wat u voor ­iemand kunt betekenen. Ingewikkeld hoeft dat niet te zijn. Knoop een gesprek aan met het slachtoffer. Vraag: gaat het? Het had voor mij veel gescheeld als een paar mensen hadden ­gezegd: kom, we gaan erop af.

Ik vind het zelf ook eng, maar ga het, als ik iets zie gebeuren, wel proberen.