Opinie Bewaar

Kruimeldief. Kruimeldief. Bestaat er een schoner woord?

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Het mooiste aan mijn vak vind ik dat ik elke dag woorden mag gebruiken. Zinnen mag maken. Ik pak de woorden, de eenzame woorden, en plaats ze samen in een zin. Vorm gezinnetjes, of clubjes waar zelfs 'de' en 'het' lid van mogen worden.

Zoals een glazenwasser verliefd is op sponsjes ben ik verliefd op woorden. Zoals een boswachter van pootafdrukken in de modder houdt, houd ik van de gevoelens die bepaalde woorden hebben achtergelaten.

Zo las ik vanochtend in een reclamefolder het woord 'kruimeldief' en sindsdien kan ik nergens anders meer aan denken. Kruimeldief. Kruimeldief. Bestaat er een schoner woord?

Het mooiste aan een kruimeldief vind ik dat het de dingen die het opzuigt niet als vuil ziet. Een stofzuiger zuigt gewoon. Stofzuigers hechten geen waarde aan dat wat ze opsnuiven.

Of het nou om hagelslag, kattenharen of de inhoud van een asbak gaat: de stofzuiger ­geniet er niet van. De stofzuiger slikt alles door zonder te kauwen. De kruimeldief daarentegen steelt onze vloeren schoon. Het ontvreemdt dat van ons wat wij niet meer willen kennen. Ons vuil is zijn buit.

Mijn oma had altijd een kruimeldief. Toen ze overleed, zijn mijn moeder en ik naar haar woning in de ­Nageljongenstraat gegaan en hebben we al haar bezittingen in dozen gestopt. We hadden drie soorten dozen. De dit-mag-blijvendozen, de dit-kan-wegdozen en de hier-hebben-we-niets-aan-maar-dit-mogen-we-niet-wegdoendozen.

Niet veel mensen weten dit, maar de kruimeldief is ooit uitgevonden door een man die eigenlijk een föhn wilde ­maken

In een van haar keukenkastjes vond ik de kruimeldief. Ik liep ermee naar de slaapkamer, alwaar mijn moeder de kersttruien van haar moeder aan het opvouwen was.

Er lagen al drie aanzienlijke stapels truien op bed. Na een bepaalde leeftijd droeg oma alleen nog maar kersttruien. Ze breide ze ook allemaal zelf. Vroeger breide ze ook nog weleens truien voor haar kleinkinderen, maar toen wij ze niet meer wilden dragen, droeg oma ze maar zelf.

Mijn moeder en ik keken samen naar de kruimeldief. Achter het plastic zagen we de laatste kruimels van mijn grootmoeder zitten. Cakekruimels, glassplinters, cornflakes en van die goedkope cacaokorrels waar je warme chocolademelk van kunt maken.

De kruimeldief ligt al jaren op mijn zolder. Dankzij de reclamefolder moest ik aan hem denken.

Niet veel mensen weten dit, maar de kruimeldief is ooit uitgevonden door een man die eigenlijk een föhn wilde ­maken. De man faalde koninklijk. In feite is een kruimeldief niets meer dan een mislukte haardroger. Een recalcitrante föhn. En toch is het een van de mooiste woorden van de afgelopen eeuw. Kruimeldief.

Vijf minuten geleden probeerde ik de kruimeldief van mijn oma open te maken, zodat ik hem kon legen, maar het klepje ging niet meer open. Het klepje van de dief zat vast. De kruimeldief wilde niet geleegd worden. Dit waren zijn kruimels. De dief had een kluis van zichzelf gemaakt.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. 

Reageren? james@parool.nl