Opinie Bewaar

Kijk, wie loopt daar? Het is de oude zeikerd

Theodor Holman
Theodor Holman © Wolff

Kijk, wie loopt daar? Het is de oude zeikerd. Hij liep, toen hij negen was, samen met zijn vader door de Westerstraat.

Hij zag jongetjes voor wie hij bang was. Ze hadden geen tanden in hun mond, ze droegen gescheurde kleren, ze schreeuwden, ze gooiden melkflessen stuk.

"Deze jongens zijn arm," zei zijn vader.

De oude zeikerd wilde naar zijn moeder en zijn handen wassen.

Het was 1962.

Het wordt 1988.

De oude zeikerd woonde in een zijstraat van de Westerstraat.

De buurt was de mooiste meid van de stad; iedereen wilde haar.

Hij ook.

Zijn vader kwam één keer ­kijken.

Die bleef achter de nieuwe schoonheid het achenebbisj van vroeger zien.

"Je bent een oude zeikerd," zei de oude zeikerd tegen zijn vader.

De oude zeikerd moest vertrekken toen liefde hem het huis uit schopte.

Hij zwierf in het huis van zijn ouders waar het naar Indië rook en hij ouder werd. Een zeikerd.

Met pijntjes, met ogen die slechter werden, met vrienden die verdwenen, met een kind dat in het lichaam van zijn moeder stapte. Hij wilde in een wereld wonen die niet meer bestond. Zoals zijn ouders in hetzelfde huis naar ­Indië zochten.

Kleinzoon zag achter de ouderdom het achenebbisj van het vervallen huis dat zijn grootvader was

Hij werd oud. Hij werd zelf een oud huis. Het huis kreunde, zijn spieren werden slap, het huis kreeg rimpels en werd grijs.

Hij moest het huis laten sterven.

Hij groette de tuin waar hij de as van zijn moeder had weggeblazen en waar de ­dieren van hem en zijn ouders lagen.

De tuin zei hem dat de oude klager nog één keer kon bloeien.

Gisteren wandelde hij met zijn kleinzoon door de Westerstraat.

Kleinzoon zag jongetjes met begerenswaardige sportfietsjes, met skateboards, met telefoontjes waarop alles een spelletje was - en hij kon geen spelletjes spelen.

"Waarom heb ik dat niet?" vroeg kleinzoon.

Hij wilde zijn handjes wassen.

Daarna wilde hij op schoot.

De oude zeikerd had een ander verval gezien.

De ongeïnteresseerdheid, de achteloosheid, verwende koppen.

Hij keek naar zijn kleinzoon.

Kleinzoon keek hem aan. Die zag achterdocht, angst en klein geluk en zoet verdriet.

Maar dat weet hij nog niet.

Kleinzoon zag achter de ouderdom het achenebbisj van het vervallen huis dat zijn grootvader was.

"Het waren vervelende jongens," zei hij.

De oude zeikerd knikte hem leven toe.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.