Opinie Bewaar

Je zal het maar wezen, die verwarde op straat

Je zal het maar wezen, die verwarde op straat
© FLoris Lok

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag lees je hier haar column uit Het Parool. Vandaag: En nou opzouten!

We denken dat we het leven in de klauwen hebben, maar ons laagje beschavingsvernis is flinterdun.

'En nou opzouten!' De klap waarmee de man in het rode colbertje op de straatstenen smakt, klinkt dof. Zijn getier knalt over het pleintje. 'Kankerlijer! Pleurishoeren! Tyfusbende!' De cafébaas die de zwerver er net uitsmeet, gooit er eveneens wat ziektes tegenaan.

Al weken komt de rodejasjesman dagelijks het etablissement binnen. Hij riekt, scheldt, valt klanten lastig. Alle buurtgenoten praten over hem. Geregeld treffen we hem aan met zijn broek op zijn enkels, terwijl hij een dikke drol in een portiek draait. Een goed gesprek is onmogelijk, hij scheldt alleen. En als reactie schelden omwonenden terug terwijl ze hem van hun stoep jagen.

Ik heb geen flauw idee wat de man mankeert. Hoort hij stemmen? Heeft hij manies? Wanen? Zeker is dat hij buiten slaapt, buiten schijt en buiten al het normale staat. Zoals duizenden andere verwarden in de stad.
Afgelopen week installeerde het kabinet een club die ervoor moet zorgen dat gemeenten volgend jaar een plan van aanpak voor ronddolende psychiatrische patiënten hebben: het Aanjaagteam Verwarde Personen. Was er nu werkelijk geen communicatiestrateeg te vinden die zijn hoofd schudde bij deze term? Kille woorden zijn het, zonder mededogen, taal die dient als een ambtelijk jasje.

Nu snap ik ook dat het lastig mededoogt met de zelfbevlekte kerel die zijn slingerende slurf gebruikt om jouw stoepje onder te zeiken, maar van een overheid verwacht ik meer. Want je zal het maar wezen, die piesserd. De kolder kan bij iedereen in de kop slaan. We denken dat we het leven in de klauwen hebben, maar ons laagje beschavingsvernis is flinterdun. En waar kun je heen, als het misgaat?

Bart van U. had geen idee. Kneiterpsychotisch meldde hij zich wanhopig bij instanties. De laatste keer gooide hij vuurwerk over een politiebalie en smeekte erom te worden opgenomen.

Zijn woorden van destijds lezen nu als een luguber gedicht:

Ik sta niet in voor mezelf
Ik heb niet de controle
Iets anders neemt mijn handelen over
Ik wil aangehouden worden
Als ik niet aangehouden word
Ga ik strafbare feiten plegen
Zodat ik toch aangehouden word

Hij werd weggestuurd. Niet lang daarna vermoordde Van U. zowel Els Borst als zijn zuster. Had een aanjaagteam dit kunnen voorkomen?
Ik ben zo bang van niet. We bezuinigden de geestelijke gezondheidszorg kapot waardoor ze nergens terechtkunnen. De verwarden. De schizofrenen. De mensen die niet weten waar ze het zoeken moeten. Laat staan dat ze het kunnen vinden.

Nu is er een aanjaagteam voor de opgejaagden. Maar wat daarna? Wie zoals ik ooit op de stoep van een GGZ-­instelling heeft gestaan met een doodvermoeide patiënt in haar armen die almaar 'Ik kan niet meer, ik kan niet meer' snikt en door een montere behandeldame is uitgezwaaid met de woorden: 'Nou, zet hem op, tot over vier weken!' weet dat aanjagen niet werkt als de juiste hulp is weggesaneerd.

Is er eigenlijk al eens gesproken over een Aanjaagteam Psychische Hulp-Bezuinigers?

Wilt u reageren op deze column? Dat kan. Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.