Opinie Bewaar

Ik gunde Amsterdam een Nouri

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Soms zie ik op het nieuws een oorlogsmisdadiger of een dictator die doet alsof hij te oud is om berecht te worden. Een krakkemikkig onmens in een rolstoel.  Zijn veertig jaar jongere vriendin duwt hem de rechtszaal binnen. Haar benen zijn lang, bijna net zo lang als zijn kerfstokken. Je kijkt naar die man en vraagt je af wat de zin van het leven is.

Waarom doen we wat we doen? En waarom kan onkruid niet gewoon wel een keer vergaan? Dit weekend zag ik een voetballer van twintig jaar oud in elkaar zakken. Ik liep van de bank naar het scherm en probeerde hem wakker te tikken. Eerst zachtjes. Toen hard. Mijn zoon kwam naast me staan en vroeg wat ik aan het doen was. Ik zocht naar woorden, maar vond de stilte. Hij vroeg of de man op het scherm misschien moe was van al dat gevoetbal, en toen drukte ik de televisie uit.

De koning van Geuzenveld lag in het gras. Het gras waar hij vroeger van droomde toen hij nog een prins was en onder de schaafwonden die het pleintje hem had gegeven in bed stapte. Mijn moeder vertelde mij ooit dat haar vader een keertje zielsgelukkig thuiskwam. Hij vertelde haar over de jonge voetballer die hij had gezien op de trainingsvelden van Ajax. Zoiets had hij nog nooit gezien. De spillebenen van die jongen hadden mijn opa gehypnotiseerd. Hij noemde die jongen Jopie.

Als mijn opa nog had geleefd, had hij mij een paar jaar geleden ongetwijfeld bij zich geroepen.  "Ik heb nu weer een speler gezien, pffff, niet normaal! Deze jongen had de bal niet aan een touwtje, nee, de bal had hem aan een touwtje. De bal wilde voor altijd bij hem blijven. Alsof de bal zich had vastgeketend aan de persoon die het meeste van hem hield. Ik kon zien hoe gelukkig die jongen van de bal werd. En zijn geluk werkte aanstekelijk. Iedereen die op of naast het trainingsveld stond, had een glimlach op zijn of haar gezicht. Als hij de bal had, kon ik mijn ziel voelen kwispelen."

Mijn opa had die jongen Appie genoemd. Abdelhak Nouri. Alleen al die naam doet iets met een Amsterdammer. Zijn naam was een belofte. Appie. Elke keer als hij de bal had, zou hij laten zien hoe mooi zijn stad is. Dat wat Steven Gerrard voor de stad Liverpool heeft gedaan, dat wat Francesco Totti voor Rome deed, zoiets gunde ik Amsterdam ook. Ik gunde Amsterdam een Nouri. Een heel leven lang zou hij voor negentig minuten van alle grote stadions ter wereld een pleintje in Geuzenveld maken.

Maar toen was daar die vriendschappelijke wedstrijd. Die vriendschappelijke wedstrijd die ons liet zien hoe onvriendelijk het leven kan zijn. Een jongen van twintig. De trots van een buurt. De toekomst van een stad. Liggend in het gras. Zo veel talent, zo weinig tijd.  Onrecht heeft het leven aan een touwtje. 

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. Reageren? james@parool.nl