Opinie Bewaar

Ho even, de wethouder kon niemand ontslaan

Bij de ingebruikname van de door haar voorbereide opstelling Stedelijk Base was Ruf al weg.
Bij de ingebruikname van de door haar voorbereide opstelling Stedelijk Base was Ruf al weg. © ANP

Gisteren beschuldigde Egbert Dommering de gemeente ervan het aftreden van Beatrix Ruf te hebben afgedwongen. Quatsch, aldus Marcel van den Heuvel.

Fake news en complotdenken zijn modieus en doen het goed in de media, maar dat emeritus hoogleraar Egbert Dommering zich hier gisteren in deze krant aan schuldig maakt, valt mij toch wel tegen.

Wat is het geval. Over het vertrek van directeur Beatrix Ruf bij het Stedelijk Museum, oktober 2017, publiceerde Astrid Theunissen, journalist van HP/De Tijd, vorige week een artikel waarin betrokkenen - onder wie Dommering - via ­citaten, in een soort van feitenrelaas en vanuit diverse invalshoeken de gebeurtenissen duiden. Een nobel doel, want over het opstappen van Ruf is veel te doen geweest.

De toekomst van het Stedelijk
Als gevolg van de commotie heeft de Amsterdamse gemeenteraad ingestemd met maar liefs drie onderzoeken, uit te voeren door twee verschillende commissies en door de Kunstraad. Zo moet duidelijk worden wat hier zo heeft kunnen ontsporen en wat dit betekent voor de toekomst van het Stedelijk.

Bij het Stedelijk Museum was meer aan de hand dan het vertrek vorig jaar van zowel de zakelijk als van de artistiek directeur. Sinds 2006 is het museum geen gemeentelijke dienst meer en hebben de directie en de raad van toezicht het voor het zeggen. Vanaf 2014 en in de daaropvolgende jaren heb ik hierover meermaals schriftelijke vragen aan het college gesteld.

Subsidierelatie
In het opinieartikel suggereert Dommering 'machtsmisbruik', en hij vermoedt dat de rol van de gemeente niet zal worden onderzocht. Hij herhaalt in deze krant zijn stelling dat wethouder Ollongren destijds gedreigd zou hebben met de stopzetting van de subsidie aan het Stedelijk als directeur Ruf niet onmiddellijk zou opstappen. 

Dommering zet die stelling kracht bij door erop te wijzen dat hij via de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) gevraagde stukken niet heeft gekregen. Echter, de bewering van Dommering - met alle respect - is niet meer dan lariekoek.

De subsidierelatie tussen de gemeente Amsterdam en de belangrijkste kunstinstellingen in Amsterdam valt onder de Amsterdamse basisinfrastructuur (ABIS) en loopt via het vierjaarlijkse Kunstenplan 2017-2020. Deze stelselwijziging is door met name D66 - de partij van wethouder Ollongren ­­- in 2014 in het college­akkoord opgenomen juist om de gemeente op afstand te zetten. 

Bij het Stedelijk was meer aan de hand dan het vertrek van de artistiek directeur

In het akkoord staat : 'Het is niet aan de politiek om te oordelen over ­kwaliteit van kunst, dat is aan deskundigen. We gaan daarom de systematiek van het verdelen van cultuurinvesteringen vernieuwen.' 

Geen gemeentelijke rol
Vanaf 2016 ontvangt de Kunstraad de voorstellen van de (21) ABIS instellingen die subsidie aanvragen. Een deskundige commissie adviseert hierover. Eenmaal vastgesteld gaat de subsidiëring van het Kunstenplan op 1 januari 2017 voor vier jaar van start en moeten de instellingen, conform de subsidieverordening, over de voortgang rapporteren. 

De gemeente speelt hierin verder geen rol, laat staan dat de wethouder het intrekken van de subsidie als machtsmiddel kan gebruiken. Om deze reden slaat Dommering de plank mis. Zijn suggestie van machtsmisbuik en samenzwering kan rechtstreeks naar het rijk de fabelen worden verwezen. Het lijkt mij dan ook de moeite waard om de drie rapporten af te wachten alvorens conclusies te trekken.