Opinie Bewaar

Het zwarte gat waarachter de eeuwigheid roept

Theodor Holman
Theodor Holman © Wolff

Ik ben ziek. Wederom migraine.

Dat had mijn moeder ook; ze is totaal verward gestorven.Toen ze bijkwam van haar eerste hersenoperatie, vroeg ze of ze nog getrouwd was met de koning van België.

"Nee mam."

Ik zal niet ontkennen dat ik er destijds om lachte, maar ik wist ook: dit is een aflopende zaak en dit is mijn voorland.

Elke keer als ik migraine heb - tegenwoordig zeker twee keer per maand - denk ik dat mijn geest achteruitgaat; de merkwaardige stralenkrans die ik voor mijn ogen zie dansen, lijkt het zwarte gat te verlichten waarachter de eeuwigheid roept.

Ik luister naar de radio, want nieuws, hoe verontrustend soms ook, stelt me gerust. 

Mijn hoofd voelt als een rottende druif.

Als ik niets hoor, denk ik de hele tijd aan de dood en dat doe ik toch al zo vaak

"Waarom wil je naar de radio luisteren, terwijl het nieuws je alleen maar opwindt?"

"Ik wind me op, omdat ze weer zeuren over de vrijheid van meningsuiting. Er is nu weer een psychiater die zegt dat als een kind de hele tijd wordt gepest, hij op een gegeven moment agressief wordt. Hij zei: 'Als je mensen met hun godsdienst pest, dan worden die mensen ook agressief.' Ik vind die psychiater een domoor."

De radio wordt uitgezet.

Ik vraag of toch heel zachtjes de klassieke zender op mag, want als ik niets hoor, denk ik de hele tijd aan de dood en dat doe ik toch al zo vaak.

Opeens hoor ik het langzame deel uit Schuberts strijkkwintet. Het is van een grote schoonheid. Het zwarte gat dat verlicht wordt door de migraine, krijgt er nu ook muziek bij. Ik zet de radio uit. 

Migraines moeten rijpen en deze doet dat traag.

Mijn dochter belt en vraagt hoe het gaat. "Slecht, ik ben bang voor de dood," zeg ik. "Pappa! Ik heb hem op de speaker staan, zodat de kinderen je kunnen horen." "O... Hallo, het gaat goed, hoor." Toch willen ze niet aan de lijn komen.

Na het gesprek wil ik een slaapje doen. En verdomd: ik droom inderdaad over mijn moeder. Ze zegt tegen me: "Kun je een half rondje doen met de hond in het Vondelpark?" Ik zoek de hond, maar ik kan hem niet vinden.

Dan word ik wakker en is Koos op mijn bed gesprongen. Hij kwispelt. Het geeft een logica aan mijn dromen- en dodenwereld. Ik ga 'm uitlaten.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl