Opinie Bewaar

Het wolkje is nu heel dun, doorzichtig

Femke van der Laan
Femke van der Laan © Oof Verschuren

Als ik hard uitadem door mijn mond, vormt mijn adem een wolkje. De dag is nog niet zo lang begonnen, de zon heeft nog weinig kans gehad, toch ben ik verbaasd dat ik mijn eigen adem zie. Het wordt weer kouder. Nu al.

Mijn gedachten maken sprongetjes naar voren. Winterbanden, opslag, wisselen. Vier paar nieuwe fietslampjes. Wie past er nog in welke jas? Dan ben ik weer hier en adem ik een volgend wolkje.

Ik ben net uit het huis geslopen waar nog volop werd geslapen. Inmiddels weet ik waar de vloer kraakt en welke deur piept. Het ging geruisloos. De stad was al wel een beetje wakker. Ik kon zo invoegen en meegaan met de net op gang gekomen stroom. Ik fietste tussen vroege vergaderingen en tandartsafspraken. Zelf ging ik op weg om me te laten feliciteren. Ik ben jarig.

Ik kijk naar de wolkjes. Ze zijn er steeds maar heel even. Voor ik weer kan inademen, zijn ze al verdwenen. Ik luister naar mijn ademhaling, hoor de vogels in de bomen en de telefoon in mijn jaszak die 'gefeliciteerd' piept. Veertig ben ik geworden.

Als ik opsta en naar mijn fiets loop, komen er geen wolkjes meer uit mijn mond

Er was een tijd dat ik dacht dat je het dan wel zo'n beetje zou weten. Hoe het gaat allemaal. Hoe het niet gaat. Misschien dacht ik het gisteren zelfs nog. Nu ben ik de dag begonnen met een vergissing. Ik fietste naar de begraafplaats. Zo gaat het niet.

Ik neem een grote hap lucht en adem zo langzaam mogelijk uit. Het wolkje is nu bijna niet te zien. Heel dun. Doorzichtig. Ik denk aan het gele briefje op de koelkast; over twee weken komen ze de verwarmings­ketel controleren. Onderhoudsbeurt. Niet vergeten. Anders krijgen we het koud. Weer een wolkje.

Ik zak op mijn hurken. Ik voel me zo groot en rechtop, misschien wil het daarom niet lukken. Maar ook dichter bij de grond kan ik de dag niet beginnen zoals ie al die jaren begonnen is. Mijn verjaardag begon nooit met wolkjes. Mijn adem was onzichtbaar in bed. Nu ben ik de dag begonnen met een vergissing.

Er liggen al blaadjes tussen de steentjes. Klein en bruin. Ik krijg ze niet weggeblazen. Een voor een peuter ik ze eruit. Nu kan dat nog; het zijn er nog niet veel. Een klusje van niets, eigenlijk. Ik denk aan hoe het straks vol zal liggen, als mijn ademwolken voller zijn en langer blijven hangen in de lucht.

Als ik opsta en naar mijn fiets loop, komen er geen wolkjes meer uit mijn mond. Ik probeer het nog een paar keer - hard uitademend met mijn mond helemaal open. Er gebeurt niets. Mijn adem is weer onzichtbaar.

Femke van der Laan (40) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.