Opinie Bewaar

Het voelt alsof ik nog steeds onderweg ben

Femke van der Laan
Femke van der Laan © Oof Verschuren

Er liggen vier slaapzakken op de grond in de gang. Als ik die opberg, op de kast in de slaapkamer van de jongste, zijn alle spullen opgeruimd waarmee we op pad gingen. Dan ben ik weer thuis.

We zijn er een weekend tussenuit geweest, met onze slaapzakken de stad uit. Het huis heeft op ons gewacht zonder te bewegen. De tafel, de stoelen, de bank - alles staat nog op z'n plek. Er is niets veranderd.

Kleed, bed, koelkast. Dit is ons huis. Hier wonen we. In deze straat. In deze buurt. In deze stad. Hier laat het zand dat aan mijn voeten geplakt zit langzaam los en vormt sporen van de gang naar de kamer en van de wc naar het balkon. Sporen die mijn zoektocht zichtbaar maken. Een zoektocht in een huis waar niets bewogen heeft toen we weg waren.

De kinderen zijn her en der neergeploft. Het zand valt tussen hun tenen uit op de plekken waar ze zich hebben genesteld. Hoopjes zand. Ze zijn thuis. Mijn voeten laten zand achter op de trap. In de badkamer. In de slaapkamers.

Voor het aanrecht liggen veel korrels. Het is bijna een laagje. Daar dronk ik een glas water. Zittend op het aanrecht nam ik kleine slokjes, alsof ik de hik had. Mijn benen wiebelden heen en weer en strooiden zand naar beneden.

Hier laat het zand dat aan mijn voeten geplakt zit langzaam los en vormt sporen van de gang naar de kamer en van de wc naar het balkon

Het voelt alsof ik nog steeds onderweg ben. Zoals ik een uur daarvoor in de auto had gezeten. Nog even en dan steken we de sleutel in het slot. Nog even en dan zijn we thuis. Daar ben ik nu nog niet. Ik ben nog onderweg.

Om thuis te komen, ben ik gaan opruimen. Ik legde alle spullen op hun plek terwijl het zand van de dagen dat we hier niet waren zich door het huis verspreidde en ik probeerde te bedenken wat er ook alweer nodig was om ergens thuis te komen. Een huis, een tafel, stoelen, een bank. Mensen met hoopjes zand bij hun voeten.

Uit de tassen die ik omkeerde, kwam nog meer zand. Ik klopte het uit de kleren. Ik blies het tussen de overgebleven druiven vandaan. Ik schudde het uit de kussenslopen. Alles op z'n plek, dan voel ik me weer thuis.

Nu liggen er alleen nog maar vier slaapzakken. Ik zou ze uit hun zakken moeten halen. Het zand eruit slaan. Maar ik wil nu echt naar huis. Ik wil hoopjes zand bij alle voeten.

Op de slaapkamer van de jongste slinger ik de slaapzakken de kast op. Daarna pak ik de bezem en veeg mezelf een thuis.

Femke van der Laan (39) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.