Opinie Bewaar

Het Vancouverisme heeft nu ook Amsterdam bereikt

De skyline van het Canadese Vancouver
De skyline van het Canadese Vancouver © Laurent Gillieron/EPA

Amsterdam moet zich bevrijden uit de greep van het 'Vancouverisme', schrijft Lodewijk Brunt. Hoogbouw gaat ten koste van een levendig straatbeeld en leidt tot saaie vinexwijken.

Stadsbesturen proberen hun identiteit - je moet vandaag de dag geloof ik zeggen: concurrentiepositie - te versterken door ontwikkelingen in andere, succesvolle steden na te volgen. We kennen het uit de 19de eeuw met de Parijse stadsvernieuwing van baron Haussmann. Naäperij alom. Iets later, omstreeks de eeuwwisseling hadden we de Tuinstadbeweging, overgewaaid uit Groot Brittannië en de VS.

Een recenter voorbeeld is het waterfront. In de jaren tachtig ontstond een rage nadat in enkele Amerikaanse steden een begin werd gemaakt met de ontwikkeling van waterkanten: oude havengebieden, rivieroevers. Met een paar forse ingrepen werd vervallen stadswijken nieuw leven ingeblazen. In oude loodsen kwamen bedrijfjes, kantoorgebouwen en pakhuizen werden omgebouwd tot woningcomplexen, de marina deed zijn intrede.

Waterkanten
Ik schreef er in 1990 over (in de brochure Flaneren langs het IJ): 'Bestuurders van Europese steden reizen met adviseurs, beleggers en projectontwikkelaars naar Noord-Amerika en Azië om de resultaten in ogenschouw te nemen. Met stijgend enthousiasme luisteren ze naar de succesverhalen van hun benijde collega's'.

De waterkanten van steden als Baltimore, San Francisco, Boston en Toronto werden aan de man gebracht via brochures, stadsplattegronden en gidsen. Stedelijk water was plotseling aantrekkelijk. 'Niet alleen worden er in toenemende mate waterkanten ontwikkeld op ­plaatsen waar nooit sprake was van een havenfunctie, het is zelfs zo dat Amerikaanse projectontwikkelaars voorstellen om zonodig maar een wallenkant te graven als die er nog niet is.'

Sinds enige tijd woedt een nieuwe storm over de stedelijke landschappen, van Beijing tot Dallas, van Dubai tot San Diego: het Vancouverisme. Op internet kun je de volgende omschrijving vinden: 'Vancouverism is an urban planning and architectural phenomenon in Vancouver (..) that is unique to North America'.

Ruimtegebrek
Het verschijnsel dook begin 21ste eeuw op en werd gezien als het antwoord op een nijpend probleem in de miljoenenstad: ruimtegebrek. Vancouver is een betrekkelijk smal schier­eiland. Breid je de stad uit door steeds nieuwe voorsteden te bouwen of kies je voor een compacte stad? Het laatste dus, misschien uniek voor Canada en de VS, niet voor andere delen van de wereld. In Amsterdam was Jan Schaefer de grote voorvechter van dat idee: geen nieuwbouw, maar buurtherstel.

In Vancouver heeft men het ruimteprobleem proberen op te lossen door hoogbouw, slanke torens met aan de voet rijtjeshuizen. Nadruk op functiemenging en prioriteit voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. De stad telt tegen de 700 hoge gebouwen, 35 meter of hoger, en omstreeks 50 gebouwen van 100 meter of meer.

Het befaamde Living Shangri-La is ruim 200 meter hoog en One Wall Centre ruim 150 meter, uitgerust met een tuned liquid column damper om de windstoten een beetje te neutraliseren: hoogbouw vangt veel wind.

De binnenstad van Vancouver is op weg het eerste slaapstadscentrum ter wereld te worden

Het Vancouverisme heeft nu ook Amsterdam bereikt. De gemeentelijke plannen voor de Sluisbuurt op het Zeeburgereiland zijn erdoor geïnspireerd. Er moeten ruim 5000 woningen komen en daartoe zijn zo'n 30 woontorens voorzien, waarvan 6 tussen de 80 en 150 meter. De torens worden in een dambordpatroon afgewisseld met laagbouw en op die manier ontstaan op de begane grond ruimte voor plantsoenen, pleintjes en groen.

Woonkwaliteit
'Een hoogbouwensemble met een bijzondere woonkwaliteit', aldus de ontwerpers. Wat die woonkwaliteit precies inhoudt, heb ik tot dusverre niet vernomen, maar ik vrees het ergste.

Ik beroep me daarbij mede op het verslag van een collega die dikwijls in Canada verblijft. In Vancouver zelf, zegt hij, betreuren veel bewoners dat in de nieuwe buurten nauwelijks of geen functiemenging bestaat: geen kantoren, werkplaatsen of andere instellingen, nauwelijks winkels.

De binnenstad van Vancouver is op weg het eerste slaapstadscentrum ter wereld te worden, in toenemende mate moeten de bewoners de binnenstad uit om bij hun werk te komen in de voorsteden. Architectonisch is er niet veel te genieten: moderne torens van glas en staal bovenop fantasieloze rijtjeshuizen.

Bruisend straatleven
Het Vancouverisme zou aanleiding geven tot een bruisend straatleven, maar bezoekers worden eerder getroffen door de volstrekte afwezigheid van enig straatleven. Het resultaat: omhoog gebouwde gated communities in het kader van saaie vinexwijken.

Dat stedenbouwkundigen rekening houden met de bewoners op meer dan vrijblijvende manier, is zeldzaam

Zo'n 'spookbeeld' voorziet de Amsterdamse architect Sjoerd Soeters, die met een paar collega's de aanval heeft geopend op het Zeeburgse Vancouverisme. Te duur, te omslachtig.

Projectontwikkelaar Ton van Namen wees in NRC Handelsblad op de ruimteverspilling bij torens: "Torens zijn net als avocado's met een heel dikke pit: er is veel ruimte nodig voor bij voorbeeld liften, trappenhuizen, gangen, leidingen en constructies, zodat de verhouding tussen bruto vloeroppervlak en netto woonoppervlak ongunstig is." Torens zijn ook duur en de bouw duurt lang.

Soeters heeft een alternatief. Het bestaat uit blokken van zes verdiepingen en net als op het Java-eiland met grachten. "Aan twee zijdes komen de blokken aan grachten met kades te liggen," zegt hij in NRC, "en aan twee zijdes direct aan het water. Zo weet je zeker dat de hoven van de blokken worden gebruikt als een soort binnenkamers waar kinderen veilig kunnen spelen." Dat stedenbouwkundigen rekening houden met de bewoners op meer dan vrijblijvende manier, is zeldzaam. Soeters wil daarnaast het Amsterdamse karakter van de Sluisbuurt realiseren.

Iconisch
'Overal komt hoogbouw', schreef John Gapper een tijdje geleden in The Financial Times. De steden eronder zijn nauwelijks meer te onderscheiden. Veel architecten zijn starchitects geworden: ze onderscheiden zich door het ontwerpen van iconische gebouwen die steden vooruit moeten helpen in hun streven naar op- en aanzien.

De plannen voor de Sluisbuurt komen typisch uit zulke kokers. Maar, vervolgt Gapper: 'such expressions of architectural individuality have the paradoxical effect of making cities look more and more like each other'. Onderscheiding door imitatie.

Soeters' ontwerp is kalm en bescheiden, hij bouwt voort aan het beste wat Amsterdam te bieden heeft en verwerkt dat in de openbare ruimte, kades, grachten, bouwblokken. Uit de verte zul je zijn Sluisbuurt misschien niet meteen zien, maar als je er rondloopt, ben je thuis.