Opinie Bewaar

Het is een voordeel dat ze nu vaker voorin zitten

Femke van der Laan
Femke van der Laan © Oof Verschuren

We zitten in de auto. Achterin de jongste en de oudste, naast mij de middelste. Uit een ondoorgrondelijke ­boekhouding van lange ritten, korte ritten, heenwegen en terugwegen is gekomen dat het haar beurt is. Op de terugweg mag de oudste. Er was dit keer weinig discussie.

Sinds de dood van hun vader zitten ze veel vaker voorin. Eerst waren we twee volwassenen met drie ­kinderen op de achterbank. Nu is er een plek vrijgevallen. Een voordeel dat ook zo benoemd wordt. "Nu papa dood is, kunnen wij vaker voorin."

Hetzelfde gaat het met ovenschotels. "Nu papa dood is, kunnen we allemaal een hoekje nemen." De hoekjes hebben de meeste korst, de meeste kaas, het meeste van het lekkere. Een voordeel. Onmiskenbaar.

De vraag is wel even bij me opgekomen, de eerste keer. Of het wel hoort, of het wel mag, het benoemen van voordelen. Dat was maar heel even. Zij mogen dat. Ze zijn hun vader kwijt, dan gaat het niet langer over wat hoort of wat niet hoort. Ze zijn hun vader kwijt en eten het hoekje van de ovenschotel. Of ze zitten voorin. Zoals de middelste vandaag.

"Papa hield het stuur meestal heel anders vast."

Ik kijk naar mijn handen. Keurig op tien voor twee, zoals het hoort.

"Hij deed het vaak zo."

Ik zie dat zij hem gezien heeft. Zoals hij was

Ze houdt een denkbeeldig stuur vast. Aan de onderkant. Haar handen op twee minuten voor half zeven.

"En dan had ie zijn benen zo."

Ze zet haar voeten verder uit elkaar.

"En als ie de muziek leuk vond, deed ie zo."

Mijn blik gaat heen en weer. Van de weg voor me naar de middelste naast me. Ze kijkt recht vooruit, maar haar kin gaat op en neer. Net als haar vingers, die trommelen op het onzichtbare stuur. Alleen haar wijsvingers en middelvingers. Als ik weer kijk, zie ik dat ze ook haar linkerhiel op en neer laat gaan. Alleen de linker.

Achter me hoor ik gegrinnik en een enthousiast 'ja' van herkenning.

Naast me zie ik het linkeroor van de middelste. Haar rechteroor kan ik erbij verzinnen. Ik weet hoe het ene wat verder van haar hoofd afstaat dan het andere. Ik weet haar ogen, die ze nu al trommelend strak op de weg houdt. Hoe ze soms groen zijn en soms grijs. Ik zie hem in haar. Oren, ogen, bewegen. Handen aan het stuur. En ik zie dat zij hem gezien heeft. Zoals hij was.

De middelste haalt haar handen van het stuur. Ik kijk weer naar de weg.

Het is ook een voordeel, dat ze nu vaker voorin ­zitten.

Femke van der Laan (39) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.