Opinie Bewaar

Het enige wat niet klopte, waren de graven links en rechts

Femke van der Laan
Femke van der Laan © Oof Verschuren

De jongste ligt in het gras. Net lag hij op zijn rug, met zijn armen boven zijn hoofd. Dat was geen fijne houding: de zon scheen in zijn ogen. Toen is hij op zijn buik gaan liggen, met zijn armen langs zijn lichaam en zijn hoofd opzij. "Liggen ze zo goed?"

We zijn op de begraafplaats, met z'n tweetjes. We waren toch in de buurt. "Zullen we?" Onze fietsen stalden we in de rekken net binnen de poort. De schooltas van de jongste bleef achter in mijn fietskrat.

"Wordt ie dan niet gestolen?"

"Mensen stelen niet op begraafplaatsen."

We wisten allebei dat het onzin was. Het is binnen de poort niet anders dan erbuiten. "Dan krijg je een nieuwe."

Het is woensdagmiddag en warm. De jongste heeft bijna zomervakantie. We liepen de vaste route. Rechts, rechts, links. Ik vroeg hoe zijn ochtend was geweest, maar hij was ergens anders mee bezig.

"Dit pad is net als in Italië. Met die steentjes."

Het enige wat niet klopte, waren de graven links en rechts. Dat was in Italië niet zo

Ik knikte. Het klonk ook hetzelfde onder onze schoenen. En het was bijna even warm. Het enige wat niet klopte, waren de graven links en rechts. Dat was in Italië niet zo. De jongste stopte, richtte zijn blik naar beneden en zette zijn handen langs de zijkant van zijn gezicht.

Zo klopte het wel, nu zag hij alleen zijn schoenen op het grind. De graven waren verdwenen achter zijn handen. Ik deed hem na. Met oogkleppen op liepen we verder. Het geknerp van het grind, de vogels in de bomen en de zon die onze haren verwarmde. We hadden even vakantie.

"De binnenkant van mijn armen is veel witter dan de buitenkant." Ik draaide mijn hoofd opzij en zag de jongste naar zijn armen kijken. "Kijk, hier is het bruin en hier niet." Er klonk verbazing in zijn stem. Ik legde uit dat het normaal is. "Ik heb het ook," zei ik en draaide mijn armen alle kanten op.

"Ik wil het liever bruin."

Ik vertelde hem dat je daar toch echt voor moet gaan liggen. In de zon. Met je armen van je lichaam af, want als ze tegen je lichaam aanzitten, kan de zon er niet tussen. En dus was hij gaan liggen in het gras, naast het graf van zijn vader. Eerst op zijn rug, toen op zijn buik. "Liggen ze zo goed?"

Zijn negenjarige voeten steken net voorbij de steen. Hij ligt op zijn rechterwang en kijkt zijn vaders kant op.

Er zijn nog steeds de vogels in de bomen, er is de zon op onze haren. En er is iemand aan het zonnebaden naast zijn vader. Ik hurk naast de jongste in het gras en leg zijn armen iets verder van zijn lichaam af.

"Zo liggen ze goed."

Femke van der Laan (39) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.