Opinie Bewaar

Ergens zegt een stem: 'Je verdient de Pim Fortuyn Prijs niet'

Theodor Holman
Theodor Holman © Wolff

Dinsdag mocht ik de Pim Fortuyn Prijs in ontvangst ­nemen.

Nu ik thuis ben, we een borreltje hebben gedronken, de hond is uitgelaten en ik het beeldje van Pim op mijn bureau heb gezet, durf ik er pas van te genieten.

Ik ben er trots op. Maar het is heel gek: ergens in mijn geest, in dat gedeelte waar mijn achterlijke ik huist, zegt een stem: 'Je verdient hem niet.'

Ik kan er niets aan doen. Als ik een prijs niet krijg, ben ik sacherijnig, maar krijg ik hem wel dan overvalt mij een gevoel van gêne dat ik verklaar uit mijn eigenzinnige opvoeding.

"Dring je niet naar voren, Theodor. Gedraag je. Die anderen verdienen het meer dan jij, Theodor, dat weet je. Wat kun je nu helemaal? Niks toch?"

"Ja, pap."

Bescheidenheid en nederigheid waren deugden in mijn opvoeding. Juist wanneer eventueel mocht blijken dat je over enig talent beschikte, was dat bij uitstek een reden om je uiterst terughoudend te gedragen, want dat talent had je ook maar gekregen.

"Waarom lach je?" vroeg de weduwe

En wanneer je je best had gedaan om dat talent te polijsten, ging je je absoluut niet op je kunde laten voorstaan; juist als je je als cultuurdrager onderscheidde, was het een noodzaak je als het ware onzichtbaar te maken om anderen te laten schijnen.

Tja, je kunt dat onzin vinden, en dat vind ik ook, maar ik kan mijn opvoeding niet overdoen, ik kan me er alleen tegen verzetten. Dat ik met regelmaat als hardste schreeuw en voordring zijn voorbeelden van dat verzet.

Wat niemand wist, was dat ik 's ochtends naar een begrafenis moest van een oude kennis. Daar voelde ik ook al een merkwaardig opvoedings­ongemak.

Zo vond mijn vader het onjuist om bij begrafenissen je emoties te tonen - hij vond het in feite altijd onjuist je gevoelens te tonen. Zijn redenering was: als je laat zien dat je droevig bent, maak je daardoor de ander ook droevig of op z'n minst onzeker. Het gevolg is dat ik condoleer met een glimlach, omdat ik denk dat mijn glimlach mijn neutrale gezicht is.

"Waarom lach je?" vroeg de weduwe.

"Dat weet ik niet," zei ik naar waarheid en ik schaamde me kapot en raakte verlegen.

Een paar uur later schaamde ik me weer volkomen ten onrechte en werd ik wederom verlegen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl