Minister Stef Blok © ANP

Er bestaat geen prijs van enige betekenis zonder gedonder

Om de wereldEén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: prijzen en misprijzen.

Het was wel een rot weekje voor minister Blok van Buitenlandse Zaken. Soms begrijp je niet dat iemand bereid is zichzelf tot op het bot te laten vernederen, zoals het Blok overkwam in het Kamerdebat.

Hij had ook met een rechte rug de Haagse politiek kunnen verlaten, wat in alle opzichten beter was geweest. Blok had moeten opstappen, niet om wat hij zei, maar omdat hij het zei. Voor een minister van Buitenlandse Zaken van een klein land dat afhankelijk is van de handel, is het nu eenmaal niet verstandig om al te zeer af te geven op andere landen.

Maar dat Suriname een 'failed state' is, lijkt me zo klaar als een klontje. Daar is al meer dan dertig jaar een moordenaar aan het bewind. Je kunt hoogstens zeggen dat Suriname geen 'failed society' is, omdat moskee en synagoge daar nog ­altijd vreedzaam naast elkaar staan, maar dat is niet zozeer de verdienste van Desi Bouterse geweest.

Dat Blok liever als een vleugellamme mug aan het pluche wilde blijven hangen, komt vermoedelijk door de druk uit zijn eigen partij, de VVD.

Voor de derde keer in korte tijd een minister van Buitenlandse Zaken moeten leveren, maakt wel een erg slechte indruk. Bovendien vertellen mijn anonieme bronnen - die tot aan Bob Woodward reiken - dat Sigrid Kaag van Ontwikkelings­samenwerking bezig is de stoelpoten van collega Blok door te zagen, omdat zij graag zelf de post van Buitenlandse Zaken wil bezetten.

Tot overmaat van ramp moest die van sukkel van een Blok de afgelopen week ook nog de Mensenrechtentulp uitreiken, een prijs voor internationale hotemetoten die zich op dat gebied bijzonder hebben onderscheiden. Blok gaf zijn tulp - plus 100.000 euro - aan de Jordaanse prins Zeid Ra'ad Al Hussein. Hij deed dat, zo begrijp ik, zo'n beetje op eigen initiatief. In elk geval week hij af van de procedures die bij dit soort benoemingen gebruikelijk zijn.

En laat nou uitgerekend op die Jordaanse prins een vlekje zitten! Bij zijn zegenende mensenrechtenwerk zou Zeid Ra'ad Al Hussein berichten van klokkenluiders over kindermisbruik in de wind hebben geslagen.

Het is ook nooit goed, of het deugt niet, dacht Blok en hij reikte zijn tulp gewoon uit. Dat kwam hem direct op kritiek van zijn eigen coalitiegenoten te staan. Zo zei Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma van D66: "Zo'n prestigieuze prijs verdraagt geen smetten op het blazoen."

Onthoud die uitspraak voor het onwaarschijn­lijke geval dat Alexander Pechtold ooit een prijs krijgt.

Max Pam

Stef Blok blijft als een vleugellamme mug aan het pluche plakken

Nobelprijs © Shutterstock

Op een zijspoor

Er bestaat geen prijs van enige betekenis of er is op gezette tijden wel gedonder over. Dat geldt zelfs voor de Nobelprijzen voor de bètawetenschappen, waarvan ik als alfa geneigd ben te denken: in dat domein loopt alles op exacte rolletjes.

Niet dus.

Neem de in 2008 toegekende Nobelprijs voor Scheikunde aan een Japanse chemicus en twee Amerikaanse wetenschapsmensen voor hun onderzoek naar het fluorescerende eiwit GFP.

Het trio zelf reageerde verbaasd op de hommage, aangezien hun bevindingen voortborduurden op het pionierswerk van een andere Amerikaan, Douglas Prasher, die GFP als eerste had gekloond en geïntroduceerd als biologische markeerstof.

Maar deze Prasher was op een zijspoor geraakt. Saillant detail: toen de Nobelprijs bekend werd gemaakt, werkte hij als buschauffeur in Huntsville, Alabama. Later volgde eerherstel, maar de misser van het Zweedse Nobelprijscomité werd er niet minder pijnlijk door.

De dingen liggen nog een stuk gevoeliger bij prijzen waar de politiek om de hoek komt kijken - wat al snel gebeurt. Zie de herhaaldelijke commotie rond de Nobelprijs voor de Vrede. De Noorse keuzeheren en -dames pretenderen boven het politieke gewoel te staan, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Kenmerkend was de Nobelprijs voor Barack Obama in 2009. Deze werd toegekend toen zijn presidentschap pas een paar maanden oud was. De keuze was onmiskenbaar ingegeven door politieke sympathie, want van grote verrichtingen kon simpelweg nog geen sprake zijn.

Ronduit gênant was de Nobelprijs voor de Keniaanse milieuactiviste Wangari Maathai in 2004. Hier werd een vrouw gelauwerd die de mening bleek te hebben verkondigd dat de aids­epidemie in Afrika het werk was van westerse wetenschappers die het continent wilden uitroeien.

Ook de Nobelprijs voor de Literatuur ontkomt natuurlijk niet aan controverses. Zo werden in 1974 Graham Greene, Vladimir Nabokov en Saul Bellow gepasseerd ten faveure van twee Zweedse schrijvers die buiten hun landgrens nauwelijks bekendheid genoten. Alleen Bellow kreeg later nog een herkansing.

Misschien zijn literatuurprijzen wel het meest vatbaar voor trammelant - over smaak valt immers volop te twisten.

Maar laten we onze zegeningen tellen. Sovjet­leider Leonid Brezjnev, wiens borstpartij was geschapen voor een batterij van eretekenen, verzamelde in zijn leven maar liefst 29 binnenlandse ordes en 52 buitenlandse onderscheidingen. Verreweg de potsierlijkste was de Leninprijs voor de Literatuur, die hij zich in 1979 liet toekennen.

Niemand in Moskou had een magistrale verteller in hem ontwaard, maar iedereen applaudisseerde, want Brezjnevs macht reikte aanzienlijk verder dan de pen.

Paul Brill

Ze had verkondigd dat aids in Afrika het werk was van westerse wetenschappers