Opinie Bewaar

Een sneeuwbol voor een overvol kinderkoppie

Roos Schlikker
Roos Schlikker © Oof Verschuren

De eerste tijd hield ik hem er weg. Dat bed. De machines. Het opgeblazen kapotte gezicht. Dit was haar niet, dus hoefde hij haar niet zo te zien. Tot hij na een week plotseling aan tafel snikte. "Ik moet erheen, mama! Ze is óók van mij."

De volgende dag vlijde hij zich naast haar. Mijn kind in foetushouding in haar oksel. Ik, haar kind, met mijn hoofd op hun verstrengelde voeten. Het was volmaakt natuurlijk. Tot het maanden na de begrafenis misging. Hij werd boos, almaar boos.

Boos om niet verdrietig te hoeven zijn. Telkens als ik met hem wilde praten, sloeg hij zijn armen om zijn hoofd. Níet zeggen. Néé, weg die foto. Don't mention O! Ik werd op school ontboden. Er was een vechtpartij. Leidinggevenden wisten niet wat ze moesten met zijn te robuust geuite kwetsbaarheid.

En dus zaten mijn oudste en ik een week later in een warm kamertje aandachtig te kauwen op een rozijn. "Een mindfulnesscursus?" vroeg een kennis bij wie ik mijn hart uitstortte misprijzend.

Ja, echt. Mijn stoere voetbalzoon en ik gingen naar een coach die kinderen leert emoties te herkennen, zelfs dat enge verdriet.

Als een kind worstelt, verdient het hulp.

"Koters worden geproblematiseerd," vond de kennis. "Adhd, aandachtsstoornissen, dyslexie. Ze hebben allemaal wat. Mag een kind niet gewoon boos zijn?"

Natuurlijk. Het mag ook neerslachtig zijn. Einzelgängerig. Of een slechte slaper. Daar hoeft geen diagnose of pillenpot tegenover te staan. Maar als een kind worstelt, verdient het hulp. Waarom mogen volwassenen zich voor alles laten helpen en zouden we tegen kinderen zeggen: 'Zoek het maar uit. Je bent nu eenmaal zo'?

Misschien omdat problemen bij kinderen zo onverdraaglijk zijn. Maar dat we hun pijn liever niet zien, wil niet zeggen dat die er niet is. Kiekeboe spelen met de geest, ik vind het riskant.

"Alle kinderen krijgen een rugzakje," klonk het nog brommend. Maar hulp wil toch niet zeggen dat je van je kind een melaatse maakt? Iederéén heeft in wezen een rugzak.

Die rugzak voelt vaak zo veel zwaarder als je niet mag kijken wat erin zit. We moeten het niet overdrijven. Een psychiater inhuren omdat Jopje steeds zo schrikt als ie sperzieboontjes op zijn bord treft, is natuurlijk bezopen. Maar aandacht voor wat is, maakt iedereen beter.

Mijn zoon in elk geval wel. Hij leerde dat hij niet naar zijn gedachten hoeft te luisteren. Ze zien en weten dat ze weer vertrekken is genoeg. Die boodschap kwam aan. We voelden ons al mediterende vaak heus een beetje krankjorum, maar elke week werd zijn zwaarte lichter.

Onlangs was de laatste les. Van de coach kreeg hij een sneeuwbol als symbool voor zijn overvolle koppie. In de auto schudde hij hem flink. Gouden fliebertjes kolkten door het water en dwarrelden langzaam neer. Hij keek ernaar. Zonder iets te hoeven doen.

Tot het rustig was. "Mama, mag deze naast mijn bed?" "Natuurlijk, jochie." "En weet je wat ik dan graag zou willen?" "Nou?" "Een foto ernaast. Een foto van haar. Van míjn Oma."

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.