Opinie Bewaar

Een kennismaking met mijn zelfoverschatting

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Elke keer als ik de begintune van De slimste mens hoor, denk ik aan hem. Aan de man die mij versloeg. Aan de man die mij kennis liet maken met mijn zelfoverschatting.

Het was in 2014 in een studio in Hilversum. Op de tribune zaten allemaal oude mensen. Van die mensen die nog kerstkaarten versturen. Er gingen mandarijntjes rond.

Ik twijfelde over mijn overhemd. Het overhemd deed alles wat het moest doen, het bedekte mijn tepels, mijn oksels en mijn navel, maar was het kledingstuk ook enigermate gelukbrengend? In de kleedkamer trok ik een ander overhemd aan en at nog even snel een krentenbol.

Toen ik weer in de stoel zat, poederde de jongen van de make-up mijn gezicht zo effen mogelijk. Maar in mijn nek stopte hij even.

"Dat moet pijn doen," zei hij.

"Poeder er maar gewoon overheen, hoor. Het is ­gewoon de stress. Meer niet. Van stress krijg ik altijd de Ardennen in mijn nek."

In de eerste rondes van de quiz ging het niet goed. Ik liep achter op de twee andere deelnemers.

"Mag ik nog van overhemd wisselen?" vroeg ik tijdens een korte onderbreking aan de opnameleider.

"Nee, dan raakt de kijker in de war."

"Ik heb niets met de kijker te maken, kom op, ik wil ­gewoon mijn moeder trots maken. Laat me alsjeblieft mijn moeder trots maken. Ik heb dat andere overhemd nodig. Weet je waarom? Ik heb zeven jaar over de havo gedaan. Ik wil haar laten zien dat ik het best in vijf jaar had kunnen doen."

Laat me alsjeblieft mijn moeder trots maken. Ik heb dat andere overhemd nodig.

"Zeven jaar over de havo? Jij? Hoe kan dat?"

"Ik vond andere dingen belangrijker dan school."

"Wat voor andere dingen?"

"Tafelvoetballen, blowen, schaken en theedrinken. De wereld. Mag ik van overhemd wisselen?"

"Nee, dat trekt de kijker niet," mopperde hij.

Uit protest trok ik mijn overhemd uit. "Trekt de kijker dit beter?" vroeg ik.

"Over twintig seconden beginnen we weer."

Ik knoopte mijn overhemd weer dicht en keek naar het publiek.

Dit keer ging er een rolletje Wilhelmina­pepermunt rond. Een vrouw in een auberginekleurige fleecetrui kwam net terug van het toilet en zei tegen haar man dat ze lekker geplast had.

Hij en ik hadden de minste punten, dus moesten we de finale spelen. In de finale kwam ik er pas achter hoe ongelofelijk knap mijn rivaal was. We zaten recht tegenover elkaar.

Hij had zo'n open gezicht en ogen die zeiden dat ik binnen mocht komen. Ik probeerde niet in zijn ogen te kijken, nee, ik wilde mijn moeder trots maken, maar die ogen. Ze waren zo groen dat ik niet kon stoppen.

"We moeten helaas afscheid van je nemen," zei Philip Freriks, terwijl ik de nieuwe kandidaat al in de richting van mijn oude stoel zag wandelen.

Samen met mijn rivaal liep ik naar de kleedkamers.

"Het spijt me. Als je dat andere overhemd aan had ­gehouden, had je waarschijnlijk wel gewonnen," zei hij.

"Het is al goed, Chris Zegers. Het is al goed."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl