Opinie Bewaar

Drinken en zingen tot het allemaal over is, tot we dansen op de maan

Roos Schlikker
Roos Schlikker © Linda Stulic

De nacht dat ik zo veel maaginhoud in een Romeinse wasbak spuugde dat hij verstopte en ik met mijn vingers de brokken door de afvoer moest duwen, was oneindig lang. Ik probeerde niemand wakker te maken, maar geluidloos kotsen is net als je elleboog likken of openogig niezen: je denkt dat je het kunt, de fysiek laat het echter niet toe.

Het was de fles zoete witte wijn die mijn beste vriendin en ik die schoolreis op de Spaanse Trappen geleegd hadden terwijl we Het Goede Doel lalden. "Is er leven op Pluto, kun je dansen op de maan?"

Onzekerheid gecombineerd met fikse zelfoverschatting, niets clichématigs was ons zeventienjarigen vreemd. Enerzijds zeker weten dat je nooit een man krijgt vanwege je dikke reet, anderzijds ervan overtuigd zijn dat je een halve liter Amaretto en Canei prima kunt verdragen. Het is allemaal niet waar, maar leg dat een broekie maar eens uit.

Hangend boven het porselein kwam dat inzicht dan ook niet. Ik wist alleen dat de nacht nooit voorbij zou gaan. Alles duurde immers zo lang. De dagen die maar geen weken die maar geen maanden die maar geen jaren wilden worden. Er kwam geen eind aan tijd.

En toch: opeens is een kwart eeuw voorbij. Vijfentwintig jaar later ben ik opnieuw misselijk in Rome. Nu hang ik niet boven een wasbak, maar boven het stuur van mijn racefiets.

We heffen het glas: op nu

Achter me rijdt mijn vader die ons heeft opgegeven voor een eindeloze wielerrace. Ik beklim een helling van achttien procent, blijkbaar heeft de zelfoverschatting me nooit helemaal verlaten. Mijn stuur kreunt, mijn rug brandt, mijn benen gillen terwijl ik ze ronddraai.

Ik vecht tegen het gevoel van zinloosheid. Zodra je denkt: wat doe ik hier, ben je verloren. Iedereen die ooit een berg is opgefietst, weet: kijk niet te ver vooruit, dan slaat de wanhoop toe. Focus op je voorwiel. Steeds een microstukje vooruit en de centimeters zullen meters zullen kilometers worden.

Het werkt wonderbaarlijk goed. Opeens ben ik boven. Dat had ik kunnen weten. Afgelopen dagen sjeesden we als gekken door Rome. We moesten winkelen, naar het Vaticaan, pasta slurpen, ijs likken. "Genieten, kind!" riep mijn vader als altijd. "Alles gaat te snel voorbij."

Hij kan het weten. Vorig jaar woekerde de kanker nog in hem. Nu is hij schoon en raast alleen nog levenslust door zijn lijf. "Het gaat te hard! Ik heb haast!" We leven met de dag, steeds een centimetertje kijken we vooruit, maar voor we het weten zijn de dagen veranderd in decennia.

Zoals een kotsnacht als je jong bent oneindig lijkt, zo schijnt het leven ons ook toe. Tot je met je vader door Rome jaagt, de tijd op de hielen. We schreeuwen hem weg en heffen het glas. Op nu. Genieten is het doel. Zodra je denkt: wat doe ik hier, ben je verloren.

De tijden dat ik wasbakken onder braakte is voorbij, maar drinken en zingen zullen we. Tot het allemaal over is en we eindelijk zijn ingehaald. Tot we dansen op de maan.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.