Opinie Bewaar

De wereld raasde met 120 kilometer per uur langs, ik zat stil

Femke van der Laan
Femke van der Laan © Oof Verschuren

Onder mijn voetzolen voel ik de ribbels van het gaspedaal. Mijn slippers liggen naast me, op de vloer voor de passagiersstoel. Het liefst rijd ik met blote voeten; instappen, sleutel in het contact, slippers uit, grip.

Ik ben net op de terugweg. Ik heb de kinderen weggebracht voor een week kamp. Ze liepen bij me vandaan zonder achterom te kijken. Zo veel zin. Zo veel zekerheid dat ik er over zes dagen weer zal staan. Blik vooruit.

"Het leek zo veel," zei de oudste op de heenweg, "en nu zijn we toch opeens bij het laatste." De zomer was volgepropt geweest met vakantietjes. Mijn tenen om het gaspedaal gekruld. Na de kampweek is het over. Dit is het laatste restje.

Ik kijk met een schuin oog naar mijn telefoon. De komende achttien kilometer hoef ik niets, zie ik op het schermpje. Daarna volgt een snelweg met een ander nummer. Daarna weer een andere. Dan een afrit. Een rotonde. Driekwart. Ik buig en strek mijn tenen. De bal van mijn rechtervoet houdt het pedaal op dezelfde plek. De wereld trekt langs met een snelheid van 120 kilometer per uur. Ik zit stil.

Ik zit stil en in de verte nadert het einde van een jaar. Het jaar dat voorbij moest.

Ontelbaar veel avonden alleen raasden langs. En ik zat ze uit

"Dat eerste jaar moet gewoon voorbij." Het werd al gezegd voordat dat jaar goed en wel begonnen was. Alles moest een keer langskomen en dan zou het weer gaan. Dat leek mij goed, dat het dan weer zou gaan.

Dus stelde ik mijn routeplanner zo in dat alles een keer langs zou komen. Terwijl de wereld met 120 kilometer per uur langsraasde, zat ik stil. Ik zat het uit. De ribbels van het gaspedaal duwden zich langzaam in mijn voetzool en ik keek hoe alles langskwam.

Ik zag het buiten kaler en kouder worden, en daarna weer groener en warmer. Verjaardagen kwamen voorbij in de berm, feestdagen zwaaiden vanaf de vluchtstrook. Drie kinderen die bij elke benzinepomp weer langer waren geworden. Ontelbaar veel avonden alleen raasden langs. En ik zat ze uit. Ik zat ze uit, want dan zou het weer gaan.

Nog een restje zomer en dan zal ik het buiten weer kaler en kouder zien worden. Dan is het jaar voorbij, is alles langsgekomen, bestemming bereikt. Dan parkeer ik de auto, haal de sleutel uit het contact en vis mijn slippers voor de passagiersstoel vandaan. Dan stap ik uit in een wereld die niet langer langsraast. Nog een restje uit te zitten en dan moet het weer gaan.

Femke van der Laan (39) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.