Opinie Bewaar

De tak, mijn zoon en ik

De tak, mijn zoon en ik
© Agata Nowicka

Mijn zoon vond een week geleden een tak in het park en sindsdien zijn de tak en hij onafscheidelijk. Hij loopt ermee door de huiskamer alsof hij door Westeros aan het lopen is. 

De tak ligt naast hem in bed, de tak gaat mee naar school en de tak zit met ons aan tafel als we aan het eten zijn. 

De tak heeft nog niets gegeten. Misschien is hij in hongerstaking, als protest, en zal zijn staken pas stoppen als iemand hem weer aan die boom in het park vastlijmt.

Maar voor nu is mijn zoon zijn stam. Hij probeert hout te worden voor de tak die hij vond. 

Gisteren was hij de tak eventjes kwijt.

"Papa, heb jij mijn tak gezien?" vroeg hij. 

"Nee, maar waar heb je je tak voor het laatst gezien?"

"Ik denk op de wc."

En ja hoor, daar stond de tak, ongeëvenaard nonchalant tegen de wasbak aan te leunen. 

Zoals de tak tegen de wasbak aan stond, zo stond ik vroeger met een sigaret tegen bushokjes aan.

We lopen samen door de supermarkt op de Elandsgracht. De tak, mijn zoon en ik. Er wordt niet gepraat. De tak wijst naar de producten die ik in mijn karretje moet gooien. De tak is opeens in een zoetekauw veranderd. 

Bij de kassa vraag ik aan mijn zoon of de tak misschien kan betalen, maar hij zegt dat de tak vandaag geen geld bij zich heeft. Ik geloof hem niet. De tak ziet er bijzonder kapitaalkrachtig uit. 

Het is een mooie tak. De vijfjarige ik had hem ongetwijfeld ook opgepakt en uit het park meegenomen. De achtendertigjarige ik misschien ook wel. Het is echt een heel mooie tak. 

Wellicht brak hij daarom af. Misschien kunnen bomen dat. Dat ze een tak die te mooi voor de boom is af kunnen stoten. 

Verwerpen. Verschoppen. Een tak voor het leven schorsen.

Over een jaar of dertien is hij de tak en ben ik de boom.

Mijn zoon loopt over de brug. Met de tak prikt hij in de straat. Ik ben blij voor mijn zoon dat hij de tak heeft ­gevonden en ik ben blij voor de tak dat mijn zoon hem vond, maar ik voel meer dan alleen blijdschap.

Je kunt zien dat de tak er alles aan deed om bij de boom te horen. Hij was andere takken uit zichzelf aan het drukken, en blaadjes, allemaal piepkleine blaadjes. En toch brak hij af, of werd hij door iets groters afgebroken.

"Wil jij hem even uitproberen?" vraagt mijn zoon als we langs de avondwinkel lopen.

Ik pak de tak vast en loop in de richting van de volgende brug.

Een fietser fietsbelt een toerist aan de kant. Ik snap de fietser, maar als je zo veel haast hebt, moet je niet de kortste weg maar de minst drukke weg nemen.

"En? Hoe loopt ie?"

"Voortreffelijk, jongen. Het voelt alsof ik zweef."

Maar ja, over een jaar of dertien is hij de tak en ben ik de boom.

Ik geef de tak terug en ga met mijn hand door het haar van mijn zoon alsof ik naar mijn sleutels zoek.

james@parool.nl