Opinie Bewaar

De stad is trefbal aan het spelen met Moeder Natuur

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Een jongen en een meisje lopen zonder jas in de ­stromende regen. Ze lopen door de Berenstraat. Hij lijkt op Nick Cave en zij lijkt op Anna Kournikova. De verliefdheid spat van ze af. Zij kijkt naar hem alsof ze hem op wil eten en hij kijkt naar haar alsof hij haar op wil eten, haar uit wil poepen en haar nogmaals op wil eten.

De harten in hun borstkassen zijn nog jong, ze ­kloppen nog zonder verwijten. Soms blijven ze even stilstaan om in de etalage van een winkel te kijken, maar niet om naar de spullen die in de etalage liggen te kijken, nee, ze kijken even naar zichzelf in het glas.

Iedereen die voorbijfietst draagt een regenpak en ­iedereen die voorbijloopt verschuilt zich onder een­ ­paraplu. Niemand wil door de regen geraakt worden. De stad is trefbal aan het spelen met Moeder Natuur.

"Waarom doen we dit ook alweer?" vraagt hij.

"Ik ben te verliefd om morgen te gaan werken. Daarom lopen we in de regen zonder jas, lief. Zodat we ­morgen ziek zijn en niet hoeven te werken."

"Maar wat als we ons vanavond nog niet ziek voelen?"

"Dan moeten we aan dingen gaan likken, of zo. Aan brugleuningen, aan parkbankjes, aan alles waar vogelpoep op zit. Of wil jij morgen gaan werken?"

"Nee, ik wil bij je zijn. De hele dag. De hele week. Ik hoop dat we goed ziek worden."

"Maar vind je me ook leuk als ik kots?" vraagt zij.

"Fuck yes! Ik ben niet tot over mijn oren verliefd, nee, mijn liefde gaat tot ver over jouw nek. Echt waar. Jij bent het schijnsel in het woord misselijkheidsverschijnsel."

Op het Singel trekken ze hun truien uit. Hij draagt een zwart T-shirt waarop de naam van een platenzaak staat en zij draagt een wit T-shirt waar niets op staat. Op de Haarlemmerdijk beginnen hun lippen blauw te worden.

Ze kijkt in zijn mond en blaast de hoofdpijn in de richting van achter zijn ogen

Voor de oudste bioscoop van Amsterdam geven ze elkaar een kus. En dan gaan ook de T-shirts uit. Ze zijn bijna thuis, maar nog niet ziek genoeg.

"Hoe voel jij je?" vraagt zij

"Overwegend ziekelijk verliefd, om eerlijk te zijn."

"Ik begin wel iets te voelen."

"Wat dan?"  

"Een soort hoofdpijn achter mijn ogen."

"Dat wil ik ook."

"Zal ik je dan liefdevol in de mond spugen?" vraagt zij.

"Doe maar, schat. Als ik morgen maar ziek ben. Ik wil echt niet werken."

Hij gaat door zijn knieën en gooit zijn hoofd naar ­achteren. Zij hangt met haar gezicht boven hem en mikt wat speeksel in zijn opengesperde mond. Ze kijkt in zijn mond en blaast de hoofdpijn in de richting van achter zijn ogen.

"Ik denk dat we de rest van de week vrij zijn," lacht ze.

Hij begint te hoesten. De vlinders in zijn buik beginnen langzaamaan in diarree te veranderen.

Ze kijken voor de laatste keer naar zichzelf in de ­etalage van een slager. Voor de slager staat een bord: 'Vandaag in de aanbieding: kalfshart.' Ze pakt zijn hand vast. Hun reflectie lijkt nog pipser dan de vorige. Morgen hoeven ze niet te werken. En overmorgen ook niet.

Deze mensen zijn verliefd tot achter de ogen.  

Ik hoop dat ze nooit meer hoeven te werken.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. 

james@parool.nl