Opinie Bewaar

De oude loempiaverkoper is mijn diazepam

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

De vrouw die achter me in de rij staat zucht. Het is zo'n theatrale zucht. Soms schreeuwen we om aandacht, maar vaker nog zuchten we om aandacht. De vrouw kijkt op haar horloge en slaakt andermaal een zucht.

De wijzers op haar klokje zeggen tegen haar dat ze geen tijd heeft, maar de wijzers liegen. De tijd is een behendige leugenaar. Het is zaterdag. Ze staat in de rij bij de loempiakraam.

Deze vrouw heeft alle tijd van de wereld, maar we leven helaas in een maatschappij waarin het ondenkbaar is dat een mens alle tijd van de wereld heeft op een zaterdagochtend. We moeten dingen doen. Alles moet volgepland zitten. We lijken de leegte enkel te kunnen vullen met een overvolle agenda.

De loempiaverkoper op de Noordermarkt is oud. De man zit dichter bij de negentig dan bij de zeventig. Het haar is grijs, de brillenglazen bruin. Hij ziet dat de rij steeds langer wordt. De mensen die net aansluiten zijn nog vrolijk, de mensen die in het midden van de rij staan hekelen het leven en de mensen die bijna aan de beurt zijn ogen tamelijk monter.

De man hoort het gezucht en het gemopper, maar het stoort hem niet. Hij heeft genoeg aan zijn loempia's en zijn frituurolie.

We lijken de leegte enkel te kunnen vullen met een overvolle agenda

Ik word rustig als ik naar hem kijk. De oude loempiaverkoper is mijn diazepam. Als ik hem aan het werk zie, begrijp ik het leven. De man doet niet aan haast, want hij weet dat haast niets meer dan allesoverschatting is. "Straks kom ik te laat op werk!" "Straks mis ik mijn trein!"

Ach, het is maar werk en het is maar een trein. Wat je ook doet en hoe te laat je ook voor iets bent, het zal altijd zaterdag worden en op zaterdag staat de loempiakraam weer op de Noordermarkt.

De man kijkt naar de loempia's die in zijn olie drijven. Met een tang draait hij ze om. Maar hij knijpt niet met de tang, nee, hij pakt liefkozend beet. De vrouw zucht haar zoveelste zucht.

Ze wil gewoon een loempia, maar deze loempiaverkoper doet niet aan gewone loempia's. Zoals Antonio Stradivari violen maakte, maakt deze man loempia's. Als je vanuit de verkeerde hoek naar zorgvuldigheid kijkt, kan zorgvuldigheid op traagheid lijken.

Mijn twee loempia's liggen op een wit servetje. Het zijn net lippen. Ik stift de lippen met chilisaus en kus de knapperigheid met mijn voortanden.

De ontevreden vrouw is aan de beurt. Ze vraagt aan de loempiaverkoper of hij niet te oud is voor dit soort werk. Hij lacht, zet zijn bril weer recht en vraagt aan de vrouw of ze niet te mooi is voor zulke lelijke opmerkingen. De vrouw bloost. Wangen vol chilisaus.

Ze zouden een straat naar hem moeten vernoemen, mompel ik, terwijl hij drie loempia's uit de koelbox pakt. Maar ja, ze vernoemen straten doorgaans alleen naar mensen die nooit op straat waren.

Ik gooi mijn servetje in de prullenbak en kijk naar de oude man. Hij is mijn diazepam. Hij is mijn superheld. Kijk hem nou staan. Zo vreedzaam. Met zijn goudbruine cape van filodeeg.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl