Opinie Bewaar

De opgeheven vinger: Vaak selectief, niet altijd effectief

Trump maakt het ringteken
Trump maakt het ringteken © ANP

In de rubriek 'om de wereld in 800 woorden' één kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Door Max Pam en Paul Brill. Deze week: de opgeheven vinger.

Pam

Toen Donald Trump werd gekozen tot president van de Verenigde Staten was ik aanvankelijk nog het meest verbaasd over het gebaar dat hij voortdurend maakte.

Van tevoren had ik gedacht dat hij de opgeheven vinger zou gebruiken, maar dat deed hij zelden. Daarentegen maakte hij het ringteken, waarbij duim en wijsvinger een cirkel vormen. Op school gebruikten wij dat onder vriendjes om door te geven dat wij hadden geneukt, wat meestal niet waar was.

Grootspraak in gebarentaal.

In een encyclopedie van gebaren vond ik dat de cirkel ook staat voor het oké-teken: alles is in orde. In het begin van de vorige eeuw is het vanuit Amerika overgewaaid.

Kennelijk is Donald zo'n krachtige leider dat hij het gebaar zelfs in Saoedi-Arabië heeft kunnen introduceren zonder dat het opzien baarde. Ook in het Midden-Oosten staat het ringteken voor het vrouwelijk geslachtsdeel. Wat je noemt: een kras staaltje van gebarenimperialisme.

Op het WK 2022 in Qatar spelen ze wel op Nederlands gras

Wat de opgeheven domineesvinger betreft, wordt altijd gedacht dat ­Nederland een gidsland is geweest. Oud-minister Jan Pronk schept daar graag over op, maar ik durf zijn visie te betwijfelen. In feite heeft Nederland die vinger al jaren geleden ­begraven.

Wanneer dat precies is ­gebeurd, valt moeilijk te zeggen, maar ik herinner mij een bezoek van Maxime Verhagen aan Qatar in 2011. Die was toen nog niet de baas van Bouwend Nederland - dat bereidde hij voor - maar nog gewoon minister van Economische Zaken.

De Fifa had destijds Qatar aangewezen als het land waar het WK 2022 zou worden gehouden. Hoe eerlijk dat soort procedures binnen de Wereldvoetbalbond verlopen, daar wisten wij toen in Nederland al alles van. Niettemin zei Verhagen - volgens Alex Burghoorn in de Volkskrant - olijk tegen de sjeiks: 'Wij kunnen u ­alles leveren, behalve de cup zelf.'

En dat hebben wij sindsdien ook gedaan. Ik las dat Nederlandse bedrijven tegenwoordig zelfs zand exporteren naar Qatar!

Dat Qatar bij de bouw van de stadions zo'n beetje alle bestaande mensenrechten heeft geschonden en dat onder de gastarbeiders vele doden zijn gevallen, zal men vergeten zijn als daar straks wordt gevoetbald op grasvelden uit Nederland. Democratie kennen ze niet in Qatar, maar voor een terrorist is het daar goed wonen.

Dat is niet oké, maar kut!

Max Pam

Brill

Aan Hans van Mierlo heb ik ooit gevraagd of hij er als minister van Buitenlandse ­Zaken niet tegenop zag om tegenover zijn Chinese ambtgenoot in klare taal de Nederlandse zorgen over de mensenrechtensituatie in diens land aan de orde te stellen.

Per slot van rekening had hij genoeg realiteitszin om zich ervan bewust te zijn dat hier een vertegenwoordiger van een betrekkelijk klein land een supermacht de les meende te kunnen lezen.

Van Mierlo gaf toe dat zo'n exercitie - vast onderdeel van alle officiële contacten met Chinese hoogwaardigheidsbekleders - hem niet makkelijk viel. Maar dan dacht hij maar even aan de ontberingen van vervolgde Chinese dissidenten. In vergelijking daarmee verzonk zijn eigen ongemak in het niet.

Ik moest hieraan denken bij het nieuws over de harde diplomatieke botsing tussen Canada en Saoedi-Arabië. Na kritiek van de Canadese minister van Buitenlandse Zaken op de arrestatie van enkele Saoedische activisten, onder wie de zus van de in de gevangenis gegooide blogger Raif Badawi, ging de regering in Riad vol-uit in de tegenaanval.

Tegen Canada zetten de Saoedi's zwaar geschut in

Het handels­akkoord met Canada werd met onmiddellijke ingang bevroren en de Canadese ambassadeur uitgewezen. De 7000 Saoedische studenten in ­Canada kregen te verstaan dat ze hun studie beter elders kunnen voortzetten. De Saoedische luchtvaartmaatschappij vliegt niet meer op Toronto.

Dat de Saoedi's zulk zwaar geschut menen te kunnen inzetten, heeft een paar redenen. In de eerste plaats: ze weten dat er iemand in het Witte Huis zetelt die geen moeite heeft met autocratische regimes en voor wie mensenrechten weinig gewicht in de schaal leggen.

In de Saoedisch-Iraanse machtsstrijd heeft hij duidelijk partij gekozen voor Riad, dat vorig jaar de bestemming was van zijn ­eerste buitenlandse reis en waar hij een groots onthaal kreeg. Het is de ­Saoedische machthebbers natuurlijk ook niet ontgaan dat president Trump een flinke hekel heeft aan de Canadese premier Trudeau, die hij 'oneerlijk' en een 'slappeling' noemde.

In het verleden heb ik me weleens vrolijk gemaakt over en geërgerd aan het opgeheven vingertje waarmee sommige Nederlandse politici buitenlandse politiek bedreven. Het was vaak selectief en bepaald niet altijd effectief. Niettemin: in Van Mierlo's tijd was het Westen sterk en verenigd genoeg om tirannieke regimes tenminste tot luisteren en enige plooibaarheid te dwingen.

Anno 2018 liggen de mondiale kaarten anders. Maar nu Canada, Navo-bondgenoot en keurige democratie, zo ostentatief wordt gebruuskeerd door de Saoedi's, zou ik toch nog wel een keer het parool willen aanbevelen: laten we één, twee, vele vingertjes opheffen.

Paul Brill