Opinie Bewaar

De Nederlandse taal is geen Koningsdag

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Als kind was ik bang voor boeken. Als de dood voor taal. De zinnen die ik las, gingen het ene oog in en het andere oog uit. Nooit bereikten de woorden mijn hart, naar alle waarschijnlijkheid omdat ik veel van de zinnen niet ­begreep. Ik was niet slim genoeg. Niet ver genoeg.

Als ik voor een boekenkast stond, voelde ik me kleiner dan ik werkelijk was. Op die momenten was mijn vermogen om te krimpen het enige wat groeide. Boven alles was ik een onderdeurtje. Een pietepeuterig mannetje, totdat ik in 1994 door de hiphop werd omarmd.

Hij stond op de straathoek. Stralend en lang. Een zelfverzekerde lantaarnpaal van een man. Hij duwde een oordopje mijn ene oor in en in het andere fluisterde hij dat ik niet zo naar de grond moest kijken. Dat ik niet zo moest opkijken naar mijn eigen verlegenheid.

De muziek die hij mij liet horen, deed vrijwel direct iets met mijn nekspieren. Daar waar ooit pudding zat, zat nu beton. Daar waar ooit een probleemhuid zat, zat nu een pantser.

Literatuur maakte me bang voor de Nederlandse taal. Hiphop liet me houden van dat waar ik bang voor was. Het liet me zien dat taal niemands eigendom was. Dat de Nederlandse taal niet gevangenzat in een kooitje op het eikenhouten bureau van een onbenaderbare bombast, nee, de taal was overal en van iedereen.

Schrijven is romantiek. Schrijven is het alfabet willen versieren

"Wie zijn jouw voorbeelden qua schrijvers?" vroeg een interviewer mij vorige week en bijna noemde ik de ­namen op die ik al jaren noem, maar al een tijdje niet meer meen.

Ik hield mijn mond en dacht na. Ik deed mijn ogen dicht en zag rappers. Vincent Patty, Winston Bergwijn, Peter Kops, Junte Uiterwijk, Roy Michael Reymound, Alfred Tratlehner. Ik zag schrijvers.

De schrijvers die niet als schrijver worden gezien door de mensen die er alles aan doen om als schrijver gezien te worden. Die mensen claimen iets wat niet te claimen valt. De Nederlandse taal is geen Koningsdag, je kunt geen 'BEZET' stoepkrijten op de letters die van iedereen zijn.

Rappers zijn schrijvers die de taal mee uit eten nemen naar restaurants waar de taal nooit eerder is ­geweest. Rappers zijn schrijvers.

Dat bleek ook uit een onderzoek van drie taalkundigen dat vorige week in de Volkskrant stond. Het vocabulaire van sommige rappers bleek niet onder te doen voor het vocabulaire van Mulisch. Een aantal studioloze schrijvers was het hier natuurlijk niet mee eens.

Schrijven is romantiek. Schrijven is het alfabet willen versieren. En het is ongetwijfeld bijzonder confronterend als je leest dat je niet de enige bent die haar weergaloos kan beminnen. Dat doet pijn. Dat de Nederlandse taal een vrouw is die iedereen mag en kan beminnen.

Bepaalde schrijvers denken nog altijd dat ze voor deze vrouw moeten vechten, maar vechten heeft geen zin. Het enige wat je kunt doen, is haar liefhebben. Ga op de knieën. Adoreer haar. Stap van je voetstuk af en plaats haar erop. En deel haar. Borstel haar lange haren. Maak kippensoep voor haar als ze ziek is. Doe alles met en voor haar, maar plant alsjeblieft niet je vlag in haar.

De taal is de enige die dingen mag planten. Ze plant letters in schedels die ooit enkel met onvruchtbare grond gevuld waren. Ga op de knieën. Doe niet stoer. Wees haar onderdeurtje.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees hier al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl