Thomas Acda © Wolff

De iPads hadden niet mee gemogen op vakantie

We hebben als ­familie de taxichauffeur gedag gezwaaid, mijn vrouw en ik hebben samen de koffers naar boven getild en daarna heb ik in mijn eentje de kinderen genegeerd die zichzelf meteen aan een iPadinfuus hebben gegespt.

Ik begreep ze wel. Er was geen vakantiedag voorbijgegaan dat ik niet verzuchtte: wat jammer dat ze nu niet even met hun iPad ophoepelen. Maar de iPads hadden niet mee gemogen op vakantie. Ene Maxima had het verboden.

"Ja, voor haar eigen kinderen," hadden de onze geroepen en na een snelle google op mijn eigen iPad moest ik ze gelijk ­geven. Maar dan ben je in een woordenoorlog met mijn vrouw alleen maar ­onderweg naar je eigen ondergang.

Ik staar in een grandioos lege koelkast. Etenswaar dat niet uit zichzelf is weggelopen kan maar het beste in een luchtdichte rode broodtrommel met handvat en groot wit kruis richting een laboratorium.

Ik trippel de trap alweer af. In gedachten verzonken slenter ik over straat en bedenk me dat ik in gedachten verzonken slenter en dat dat vrij meta is. En dat ik niet weet wat dat betekent. Meta? Had die niet ooit een problemenrubriekje in de Margriet?

Mijn hoofd is nog op vakantie. Iemand loopt tegen me aan. Ik verontschuldig me. Hij kijkt toch boos. Ik loop de brug op. Keek die mevrouw nou ook boos naar me? Heb ik een stukje geschreven dat je op een bepaalde leeftijd moet stoppen met elke week naar de kapper gaan, omdat die man zonder materiaal niet kan werken en het uiteindelijk uit wanhoop maar vegetarisch rood verft?

Bij de groentebroers bekijk ik de kuit van de kortgebroekte oudere man voor me. Hij draait zich om. Ook al boos. Waaróm? Ik vind het inderdaad ontzettend grappig dat wat in de jaren zeventig een leuk idee leek nu als een druipkaars van zijn ongetrainde kuit afglijdt. Maar ik heb er toch niets over geschreven?

Hij beent de winkel uit. Op zijn kuit wordt een plotseling ernstig ­afgeslankte André Hazes senior achteruit meegetrokken. Snel bestel ik groenten, fruit en melk. Zelfs de groentebroer is ­chagrijnig. Mocht dan niemand zijn iPad mee op vakantie?

Terug op de brug begint een voorzichtig motregentje. Een meisje fietst langs. Ik wil al wegkijken om haar gegarandeerd kwade blik te ontwijken, maar ze lacht naar me. De regen zet door. De kok van het hoekcafé komt naar buiten.

"Buurman! Welkom terug!" Ik knik.

Ik begrijp het ineens. Amsterdammers kunnen niet tegen te lang zon. De stad en ik halen adem. We zijn er weer.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Zelfs de groentebroer is ­chagrijnig. Mocht dan niemand zijn iPad mee op vakantie?