Opinie Bewaar

De dood is geen straf, het door moeten leven is een straf

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Elena (deel 1)

Ik had een vakantie voor ons geboekt. Een vliegreis naar Italië. Maar zij wilde niet vliegen. Ze had vliegangst. Dus ik ging vliegen en zij ging met de trein. Ik wilde ook wel met de trein gaan, maar ik kreeg het geld voor onze tickets niet terug. Dat vond ze zonde.

Op het vliegveld in Italië was weinig bedrijvigheid. Iedereen stond stil, iedereen keek naar televisieschermen.

Op het scherm boven de bagageband zag ik een trein naast de rails liggen. Overal zwaailichten. De nieuwslezeres droeg een donkergroen mantelpakje en lichtblauwe oorbellen. Ze praatte zo snel. Sneller dan die trein ooit had kunnen gaan.

Eerst dacht ik dat Elena dood was, maar toen voelde ik de zon op mijn gezicht schijnen. Dat was een teken. Als ik bang ben, zoek ik altijd naar tekens die mijn angst weg kunnen nemen.

Maar toen zag ik haar koffer liggen. De cameraman zoomde in op de koffer die die ochtend nog opengeklapt op ons bed had gelegen. Elena was zo goed in inpakken, maar door de klap die de trein had gemaakt, was haar koffer opengevlogen. De hele wereld kon haar badpak op een bedje van zorgvuldig opgerolde sokken zien liggen.

De avond voor haar dood stond ze nog in haar badpak voor de spiegel in onze slaapkamer. Ik was zo verdomde jaloers op dat badpak.

En de cameraman bleef haar koffer maar filmen. Haar toilettasje vol schoonheidscrèmepjes die ze eigenlijk niet nodig had, omdat, hoeveel ze ook smeerde, ze toch niet nog schoner kon worden.

De hele wereld kon haar badpak op een bedje van zorgvuldig opgerolde sokken zien liggen

Haar nette schoenen, haar dansschoenen en haar teenslippers. Haar slipjes en haar gele regenjas. Ze was op haar mooist als ze die regenjas aanhad. Met die gekke capuchon die net boven haar wenkbrauwen eindigde. Dan was ze net een jongetje.

Vrouwen zijn het mooist als ze op een jongetje lijken. Ogen vol kattenkwaad. Ogen van een jongetje dat net een vol pakje lucifers op straat heeft gevonden.

Ik moest Elena identificeren in een dorpje in Noord-Italië. Ze had haar nek gebroken. Er stierven die dag tweeëndertig mensen. Eenendertig van die mensen werden gevonden in de trein. Alleen Elena lag buiten de trein. Ze was uit het raam gevlogen en in de berm beland.

Toen ik de zaal binnenkwam, was de brandneteluitslag nog op haar blote benen zichtbaar. Kleine rode bultjes. Als ik mijn ogen bijna helemaal sloot en door mijn wimpers heen keek, leek het op kippenvel.

Ik vroeg aan de lijkschouwer of ik even naast haar mocht liggen, maar de man verstond geen Nederlands. Ik deed mijn schoenen uit en ging naast haar liggen. Ze had wat schrammen in haar gezicht, maar voor de rest was ze zo goed als nieuw. Ja, haar hoofd zat wat losser dan normaal, maar ja, sommige uilensoorten kunnen ook gewoon vijftig jaar oud worden.

Ze droeg dat badpak ook in haar kist. Ik vond dat mooi. Haar familie vond het wat minder, maar als je echt van iemand houdt, heb je niets met familie te maken. Hoe ze daar in die kist lag, jongens, het was alsof ze op het strand in Italië lag.

Elena (deel 2)

Toen ik naast haar lag tijdens het identificeren, dacht ik aan de eerste keer dat we naast elkaar lagen. Ik weet het nog goed. Het was in onze achtertuin. In de buurt van het tuinhuisje. 

Het was in de avond en we lagen in het gras. Elena keek naar me en vroeg, nee, ze eiste van me dat ik nooit zou veranderen. Ik beloofde haar dat ik nooit zou veranderen. Door de lach die ze me toen gaf, wist ik dat ze meer dan een buurmeisje was. 

Ze geloofde me niet. Ze wist dat ik mijn belofte nooit na zou kunnen ­komen, maar ze was zielsgelukkig met mijn valse belofte. Daarna hebben we op de maan gewacht. Ik was naakt en zij droeg minder dan niets. Het was zo'n wonderschoon moment. Ik was blij dat de maan die avond geen haast had.

De machinist, die het ongeluk wonder boven wonder had overleefd, bleek gedronken te hebben. En weet je waarom hij gedronken had? Omdat zijn vrouw twee maanden eerder bij een vliegtuigongeluk in Portugal was omgekomen. 

Eerst wilde ik hem doodmaken, maar ik denk dat hij dat heel graag had gewild. Dat een nabestaande zijn voortbestaan een halt toe had gebracht. 

Ik heb wel voor zijn deur gestaan. Het was een Belgische man. Hij woonde in Gent boven een islamitische slager. Op de ochtend dat ik hem opzocht, was er een glazenwasser aan het werk in zijn straat. Ik pakte de lange houten trap en keek bij de machinist naar binnen.

Kom op zeg, iets wat je uit kunt zitten, kan toch nooit een straf zijn?

De man zat in een neplederen stoel en hij keek alleen maar naar de voordeur. Hij was op mij aan het wachten. De machinist wilde gestraft worden. En ik wilde hem ook echt bestraffen, maar toen ik hem zag, daar in dat klote appartementje, wist ik dat het niet straffen van een man die op zijn straf wacht misschien wel de ergste straf voor die man was. De machinist moet de rest van zijn leven voelen dat hij te min is om te bestraffen. 

Het is net als met honden. Toen ik klein was, ben ik een keer door een hond gebeten. Zijn tandafdrukken staan nog steeds in mijn bovenbeen. Die hond hebben ze toen laten inslapen. 

Ik weet nog dat mijn moeder die dag naar me toekwam. Ze was zo gelukkig dat die hond dood was. Ik snapte haar niet. 

De dood is geen straf, nee, het door moeten leven is een straf. Die hond had door moeten leven. Dat beest had nog minstens tien jaar mijn geschreeuw aan moeten horen. En mijn bloed moeten proeven. 

Ik geloof niet in straf. Een straf kun je uitzitten. Ik heb mijn tijd gedaan, ik ben gestraft voor dat wat ik heb ­gedaan en nu begin ik overnieuw. Dat zeggen de boeven altijd. Ik heb mijn straf uitgezeten. Het verleden is vakkundig uitgegumd, beoordeel mij op wie ik nu ben. 

Maar kom op zeg, iets wat je uit kunt zitten, kan toch nooit een straf zijn?

Ik mis Elena nog elke dag. En ik denk nog vaak aan die nacht dat de maan geen haast had. 

De maan heeft ontzettend veel haast nu ze er niet meer is.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl