Opinie Bewaar

Daar dreef een enorme bolus die onmogelijk van een kind kon zijn

Roos Schlikker
Roos Schlikker © Oof Verschuren

Ooit lag ik in het pierenbad van een hotel waar ze zo dol waren op gulden ornamenten dat zelfs de wc-rolhouder flonkerde als de gouden tand van een piraat. Mijn babyzoon kirde, de zon verwarmde, alles was vredig.

Tot het jong peinzend voor zich uit staarde zoals Mark Rutte kan doen wanneer hem een ethische vraag wordt gesteld over Shell in Nigeria. Hij kneep met zijn ogen en net toen ik wilde informeren of alles goed was, riep hij verlost: "Poepie gedaan!" waarna een okergeel babydrolletje uit zijn luier glibberde.

De zwembadlakei slaakte pardoes een hysterisch gilletje, maande iedereen uit het water te rennen, plaatste tien gouden paaltjes om het badje onbereikbaar te maken waarna het de rest van de middag werd leeggepompt.

Zes jaar later staar ik in een Franse all-inclusive naar een woestwuivende badmeester. Er is merde in het buitenbad aangetroffen. Krijsend positioneren alle Fransen zich onder hun parasol en blijven daar de rest van de middag met misprijzend geknepen anusmondjes zitten kijken, terwijl het water wordt gedesinfecteerd.

Ik grijns. Niet alleen omdat het me een tikje overdreven lijkt. Kinderpoep is vies, maar geen radioactieve substantie. Zouden die mensen weleens in de vol­gescheten zee zwemmen?

De hele week sloeg ik het gezin gade en met mijn verbazing steeg mijn vertwijfeling. Waren mijn kinderen niet te luid en ongekamd?

Maar vooral omdat ik hoop dat een Frans kind de zwembadpoeperd is, want wat is dat kroost welopgevoed. Met name het gezin naast ons in de eetzaal houdt er starre drilmethodes op na. De vrouw heeft het permanent gekwelde dat Franse dames kenmerkt, de man heeft duidelijk besloten er de knoet deze vakantie overheen te halen.

Tijdens onze eerste maaltijd zette hij een van zijn drie kinderen ferm in de hoek in het restaurant. Ik maakte een verbijsterd geluidje, maar dat kwam me op zo'n straffe blik te staan dat ik me snel op mijn kalfs­lever richtte, net als zijn zoontjes, die gedwee dooraten.

Diezelfde jongetjes had ik daarvoor bij het salade­buffet droogogig horen discussiëren of broccoli de beste keus was vanwege de hoge vitamine C-concentratie.

Intussen zat mijn addergebroed tot aan de kruin onder marshmellowijs en was ik al enorm tevreden dat ik ze had verleid een piepklein schaamharig bosje geraspte worteltjes te verorberen.

De hele week sloeg ik het gezin gade en met mijn verbazing steeg mijn vertwijfeling. Waren mijn kinderen niet te luid en ongekamd? Zou ik geen duidelijker opvoeder moeten zijn? Ferm en gecontroleerd als de vader naast me? Die had tenminste alles in de hand.

Twee dagen na het poepjesincident keek ik nog eens naast me. De vrouw verborg haar murwheid achter een zonnebril, de man sleurde weer een kind naar de hoek. Na de lunch verdween hij grommend richting zwembad. Een uur later brulde de badmeester. Ik snelde naar het water. Daar dreef hij. Een enorme bolus die onmogelijk van een kind kon zijn.

Ik keek om me heen en zag nog net dat de Franse vader zich verschool achter zijn leesboek: Sapiens. Une brève histoire de l'humanité. Het was natuurlijk nergens op gebaseerd. Maar ik had een duister vermoeden.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.