Opinie Bewaar

Criminaliteit is onafwendbaar in een stad

Twee jaar geleden werd voor de deur van shishalounge Fayrouz het afgehakte hoofd van Nabil Amzieb neergelegd.
Twee jaar geleden werd voor de deur van shishalounge Fayrouz het afgehakte hoofd van Nabil Amzieb neergelegd. © ANP

In de rubriek 'om de wereld in 800 woorden' één kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Door Max Pam en Paul Brill. Deze week: criminaliteit als spookverschijnsel.

Pam

Volgens de statistieken daalt de criminaliteit, maar neemt het gevoel van onveiligheid toe. Kennelijk is er een discrepantie tussen hoe de werkelijkheid is en hoe de werkelijkheid wordt ervaren.

Ongetwijfeld hangen de onveiligheidsgevoelens nauw samen met waar je woont - op het platteland of in een stad en in welke buurt. Zulke verbanden zijn zelden enkelvoudig. Er bestaan dorpen waar ze doodsbang zijn voor immigranten, terwijl ze daar nog nooit een asielzoeker hebben gezien.

De grote uitdaging - excuses voor het afgelebberde woord - waarvoor burgemeester Femke Halsema komt te staan, is het terugdringen van de zware criminaliteit in Amsterdam. Dat zal een heel karwei worden, want zelfs in de keurige buurt waar ik woon, rollen soms letterlijk de koppen.

Wat voor de argeloze bewoners vaak onverwachte gevolgen heeft. Zo kan ik nauwelijks meer mijn favoriete broodjeszaak op de Amstelveenseweg bereiken, omdat twee jaar geleden voor de deur van de belendende shishalounge het afgehakte hoofd van Nabil Amzieb is neergelegd.

Zelfs in mijn keurige buurt rollen soms letterlijk de koppen

De daders zijn - ondanks beelden in Opsporing Verzocht - nog altijd niet gepakt, maar wel heeft de gemeente nadien besloten de Amstelveenseweg open te breken en op te knappen.

Of een beter wegdek en een betere verlichting 'het gevoel van veiligheid aan de straat teruggeven', weet ik niet zo zeker. Mij lijkt dat je dan nog beter kunt zien waar je dat afgehakte hoofd neerlegt en dat je nog harder kunt wegrijden met je gestolen auto, maar de gemeente zal het wel beter weten en een opknapbeurt is nooit weg.

Overigens was het dit jaar verderop in dezelfde straat ook raak, toen de ­ramen van een Israëlisch restaurant werden ingeslagen, een daad die wij van de rechter after all niet terroristisch mogen noemen.

Het is onafwendbaar dat een stadsbewoner met criminaliteit te maken krijgt. Ik heb bij mijn entree de uit­bater van de voormalige boekhandel Godfried weleens zien matten met een klant die er niet met een boek van Abdelkader Benali, maar met de kas vandoor wilde gaan, op zichzelf misschien niet eens zo'n slechte keus. En een tijdje geleden kwam ik bij toeval terecht op het terras van Dido in de Jan van Galenstraat. Gezellig druk.

Nu lees ik dat dit feestcentrum ook een middelpunt was van drugshandel en dat er naast de geldtelmachines 2,5 miljoen euro in contanten lag te wachten. Wel zo logisch, want volgens de Griekse mythologie had koningin Dido zich rijk ingetrouwd en was iedereen jaloers op haar ongebreidelde welvaart.

Niettemin wensen wij Femke ­Halsema veel succes in haar strijd.
Max Pam

Brill

Van de Amerikaanse politie had ik lange tijd het beeld van een onverbiddelijke instantie, die misschien niet altijd ­helemaal zuiver op de graat was, maar die de ordehandhaving zeer ­resoluut ter hand nam en waarmee dus niet viel te spotten. Helemaal niet als je een obstinate zwarte jongere in St. Louis was, maar toch ook niet als brave Nederlandse gast.

Bijgevolg speelden de zenuwen enigszins op toen ik werd aangehouden vanwege een aperte verkeersovertreding en door de zijspiegel zo'n forse politieagent zag naderen. Het scheelde weinig of ik had eenzelfde verhaspelde zin uitgesproken als een van de personages in de onvolprezen animatieserie South Park: "What seems to be the officer, problem?"

Het beeld kantelde toen ik als correspondent een avond en een halve nacht meeging met een tweemans politiepatrouille in een probleemwijk van Philadelphia. Probleemwijk is zacht uitgedrukt: een sterk vervallen buurt waar de drugshandel welig tierde en crackverslaafden in krotten hun kortstondige roes beleefden. Een zeer treurige toestand.

Ik ben wat sceptisch als ik politici hoor over 'zero tolerance'

De drugshandel speelde zich op ­gezichtsafstand van onze auto af, maar de twee politiemannen grepen slechts één keer in: toen er een vechtpartij dreigde te ontstaan. Verder gingen ze een crackhuis binnen om te kijken of er iemand lag dood te gaan.

Waarom die passiviteit? Een van de agenten haalde de schouders op: als ze een dealer arresteerden en naar het bureau brachten, waren ze uren met hem bezig (met een dikke kans dat hij snel weer vrij zou komen).

Intussen zouden anderen zijn handel gewoon voortzetten.

Het strookte niet met het officiële beleid van het stadsbestuur, maar de politie had simpelweg niet de mogelijkheden om in te grijpen. De berusting regeerde.

Sinds die ervaring ben ik wat sceptisch als ik politici hoog hoor opgeven van 'zero tolerance'. Zeker, de veiligheid in een aantal Amerikaanse steden, met name New York, is de laatste twintig jaar duidelijk verbeterd. Het aantal zware geweldsmisdrijven is bijna gehalveerd. Maar de misdaadcijfers zijn nog altijd een stuk hoger dan in Europa. De illegale drugshandel heeft zich deels verplaatst naar kleinere steden en het platteland.

Nog steeds kun je beter niet spotten met een surveillerende officer. Maar neem de grootspraak met een korreltje zout. Vergeet niet dat Al Capone, de grote maffiabaas van Chicago (motto: 'Je komt ver met een glimlach, maar nog verder met een glimlach en een revolver'), door de FBI alleen maar kon worden uitgeschakeld met een aanklacht wegens belastingontduiking.
Paul Brill