Roos Schlikker © Oof Verschuren

Corine is luid lachend, zingend en verhalend

Ik zag haar voor het laatst op een begrafenis. "Daaaaag Rosie!" had haar stem door de aula geschald, terwijl ze enthousiast en wild wuifde. Nu klinkt dezelfde uitroep, maar dan door de brasserie van de Bijenkorf. "Daaaaag Rosie!"

Hier sprak ze soms met mijn moeder af om een taartje te eten. Hoewel, mijn tante Corine at taart, mijn moeder schoof het heen en weer, levenslang bang een calorie te veel binnen te krijgen. Alsof ze angstig was te veel ruimte in te nemen.

Corine zit daar niet mee. Luid lachend, zingend en verhalend is ze. Ze paart gebrek aan schaamte met ongelofelijke blijmoedigheid. Da's bijzonder in een familie waar depressies zich door generaties vertakken als aderen in een hand, een wetenschap waar ik altijd somber van word.

Corine niet. Die graaft monter in haar tas. Ze tovert snoepjes tevoorschijn, autootjes voor de kinderen. En dan: foto's van familieleden. Het laatste kiekje is van oma. De dominante vrouw die haar gezin geregeld aan zijn lot overliet. Ze was eind twintig toen ze haar eerste elektroshocks kreeg - "hártstikke doorgedraaid."

Op de foto kijkt ze weg van de camera, de blik naar beneden gericht. "Zo zat ze vaak," zegt Corine. "Ze sloot zich af. Dan was ze erg alleen. Maar ik kon daar weinig mee." Langs haar neus weg: "Mijn moeder en ik lagen elkaar niet zo."

Mijn oma was dol op diploma's. "Je moest intellec­tueel zijn. En ik was slecht op school. Ik ben niet achterlijk, maar hoewel de lamp brandde, was er geen licht. Dus werd het spinazie-academie."

Daarna werd Corine bejaardenverzorgster. Mijn oma peperde haar voortdurend in hoezeer ze haar was tegengevallen. "Op feestjes zei ze: 'Ruim jij de kopjes maar op. Wie haar hoofd niet benut, moet haar benen maar gebruiken.'"

Ze pulkt aan haar lip. Ik wil iets troostends zeggen, maar Corine is me voor. "Niet zo zielig kijken! Weet je wat mooi was? Toen ze oud en ziek werd, wachtte ze dagen op de thuiszorg. Uiteindelijk mocht ik haar wassen.

Zíj stond míj toe haar vel te beroeren. Toen realiseerde ze zich dat mijn werk belangrijk is. Vlak voor ze stierf zei ze het me. 'Je bent een goed mens.' En daar voegde ze meteen aan toe: 'Maar je hebt meer van je vader gehouden dan van mij.'"

Wat was haar antwoord? "Ik zei: dat klopt. Maar ik acht u zoals u bent." Ze springt op. "Nou kind, wat gezellig hè. Hier, ik heb nog een leuke button voor je."

Er staat een roze hart op. Ik omhels haar, de taart is op.

Als ik wegloop, roept ze: "Daaaaag Rosie!" Ik wuif terug. De rest van de dag klinkt haar lachen in mijn hoofd. Ik acht u zoals u bent. In een wereld waarin de vraag 'Wie ben je?' onmiddellijk wordt gekoppeld aan 'Wat doe je? Wat heb je gepresteerd?' lijkt weinig plaats voor mensen als mijn tante. Wie ben je? Wat doe je? Maar Corine doet goed. De lamp brandt. Bij Corine is het altijd licht.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Vlak voor ze stierf zei ze het me. 'Je bent een goed mens'