Opinie Bewaar

Bizar? Dat is het pas als Dafne Schippers vannacht niet wint

Dafne Schippers na de halve finale op de 200 meter.
Dafne Schippers na de halve finale op de 200 meter. © ANP

De liesblessure die haar parten speelde tijdens de 100 meter, is voorbij. Nu is Dafne Schippers weer wie ze is. Een verschrikkelijk hard lopende atleet met maar één doel: goud op de 200 meter.

Natuurlijk is ze er klaar voor, natuurlijk wil ze vannacht de 200 meter winnen. Zich revan­cheren voor die in de soep gelopen 100 meter. Dafne Schippers is niet een vrouw die zich zomaar uit het veld laat slaan.

Ze zet zich schrap, ze reageert op het startschot, ze loopt.

Ze lijkt een vreemde in een wereld die al ­decennia gedomineerd wordt door donkere sprintsters. Tegelijkertijd voelt ze zich er thuis alsof ze nooit ergens anders is geweest.

Alsof ze er hoort. Geboren achter de startblokken. Het atletiekstadion is haar tweede huis. Haar natuurlijke habitat. Buiten de baan bestaat ze niet, zo lijkt het. Dafne Schippers is uitgevonden voor de sprint.

Alles wat ze wil, is rennen, zo hard mogelijk rennen. Ze doet het ook niet voor ons, ze doet het voor zichzelf. Dat het om haar heen zo veel losmaakt, is leuk, maar ze wordt er eigenlijk niet warm of koud van. Ze straalt rust uit, een bijna angstaan­jagende rust en zelfverzekerdheid.

Ze is niet onder de indruk van wat er om haar heen allemaal gebeurt. Laat zich niet gek maken. Zoals ze ook niet uitbundig juicht als ze wint. Ik heb toch niet iets geks gedaan? Ze heeft alles onder controle, weet dat alle ogen op haar gericht zijn, maar trekt zich er niets van aan. Gaat volstrekt haar eigen gang. Ze is als Usain Bolt, maar dan zonder de show.

Ze is reptiel en roofdier ineen.

Ze viel even uit haar rol na de verloren 100 meter. Reageerde kribbig op de juiste vragen van de verslaggever. Een scheur in haar pantser, een mooi menselijk trekje. Ze had verloren van een liesblessure, niet van een tegenstander, en dat maakte haar ­razend. Haar lichaam is haar grootste be­lager.

Bijna gevoelloos, zo lijkt het, bereidt ze zich voor. Ze kent geen zenuwen voor een wedstrijd. Die bestaan niet voor haar. Ze kijkt niet opzij naar haar tegenstanders. Die tegenstanders doen er niet toe. Ze kent de namen, maar het zijn slechts letters. Ze is reptiel en roofdier ineen. Koel en afwachtend, pas in de laatste meters haar klauwen uitslaand.

Ze zet zich schrap, ze reageert op het startschot, ze loopt. En als ze loopt, is ze op planeet Schippers. Niemand die bij haar kan komen, en in die ruim twintig seconden is ze alleen in haar eigen universum.

Het woord bizar kent ze niet, een woord dat sommige gouden medaillewinnaars uitspreken na hun winst. Bizar is geen woord dat bij Dafne Schippers past. Bizar is het als ze vannacht niet wint.