Opinie Bewaar

Behandeld als kleuters: Wie kleurt nog buiten de lijntjes in deze stad?

Linda Duits: 'Rot op met streepjes en vakjes en hokjes, durf buiten dat lijntje te gaan staan'
Linda Duits: 'Rot op met streepjes en vakjes en hokjes, durf buiten dat lijntje te gaan staan' © Mike Ottink

Wat maakt blij of irriteert in Amsterdam? Een zomerserie over de (on)genoegens van de stad: Dwars Amsterdam/Warm Amsterdam. Vandaag de aftrap, Linda Duits over wat haar dwarszit: de verbraving van de bewoners, onder invloed van een overmaat aan regeltjes.

Ooit, niet eens zo heel lang geleden, was Amsterdam een vuige stad. Toen ik er kwam wonen in 1995 waren de sporen van het krakersverleden nog zichtbaar. Het was een plek waar mensen deden wat ze wilden, meestal tegen de regels in. Dat maakte niet zo veel uit: in Amsterdam gingen dingen anders dan in de rest van Nederland. Daar waren we tenslotte de hoofdstad voor.

Zigzaggend
Als 18-jarige student nam ik mijn trouwe omafiets mee uit het brave Zeist. Gelukkig had ik hem daar flink afgeragd, dus paste hij in het straatbeeld. Fietsen in Amsterdam was een avontuur. Steeds als ik terug was in mijn ouderlijk huis vroeg mijn moeder of ik toch wel voorzichtig deed. Dat vond ik buitengewoon prettig. Het versterkte mijn gevoel dat ik een stad was gaan wonen, en niet in een truttig dorpje was gebleven.

Die stad van toen, het is voorbij. Het begon met de Leidsestraat. De gemeente besloot een jaar of vijftien geleden streng te gaan handhaven tegen de fietsers die zich zigzaggend een weg baanden door het winkelpubliek, behendig de trams en de rails ontwijkend. Na drie boetes gaf ik het op.

Daarna volgde een politiecampagne voor fietslicht. De anarchistische Amsterdammer liet zich niet makkelijk bedwingen, maar het lukte. Wederom met boetes. Toen was het parkeren aan de beurt. Een fiets aan de brug werd verboden, hij moet nu geparkeerd in een getekend vakje. Doe je dat niet, dan neemt de gemeente hem onverbiddelijk mee. Keer op keer, net zo lang tot je het leert.

Semilollig
Naast boetes en deportatie zet de gemeente fietscoaches in. Arme mannen in gele pakken die volwassen mensen moeten uitleggen hoe ze hun fiets moeten neerzetten. Aanwijzingen komen ook via lijnen en bordjes. De Sarphatistraat is omgetoverd in een groot rood fietspad met dertigkilometertekens erop, de Haarlemmerstraat in een groot zebrapad met dikke strepen erover.

De openbare ruimte is nu ingericht zoals vrijwel elk Nederlands kantoor. Overal hangen instructies over wat je wel en niet mag doen (wel: je remsporen uit de plee poetsen, niet: het brood van Jos uit de ijskast jatten). Net als op zo'n akelig kantoor zetten de gemeentelijke klerken haar vingerwijzingen kracht bij door er semilollig bij te doen. Zo werd ik laatst richting een omleiding gesommeerd met op het bord ook een smiley.

Nanny
We worden behandeld alsof we kleuters zijn. Onder de nare nanny die de gemeente is geworden, verbraaft de Amsterdammer. Volgens UvA-onderzoeker Marco te Brömmelstroet, ook wel de fietsprofessor genoemd, is 87 procent van de Amsterdammers een conformist: een fietser die zich houdt aan de formele regels en ontworpen routes.

Overal hangen instructies over wat je wel en niet mag doen

De gevolgen gaan verder dan opstoppingen bij kruispunten. Amsterdam speelt zich steeds meer af binnen de lijntjes. De stad is zo af en zo leefbaar en zo fijn dat zelfs de klagers eigenlijk niet meer weten wat ze moeten.

Onlangs moest ik aan buitenlandse studenten uitleggen dat het grootste probleem van Amsterdam momenteel een overschot aan ijs­winkels is. Te veel ijs, stel je voor.  

Daarbij is onze geest geketend geraakt. We denken dat het belangrijk is om aantrekkelijk te zijn voor Trees & Kees met de fietsroutekaart op het stuur van hun e-fiets, of voor moeders die hun studentenkroost met de OV-fiets komen bezoeken, of voor toeristen die een bel een geinig speeltje vinden en niet de sirene van naderende dood.

Vrij
De prijs die we voor die aantrekkelijkheid betalen is dat wij zelf ook moeten leven in deze rubberenstoeptegelspeelplaats. Dat is fout. De aantrekkingskracht van Amsterdam was juist dat beetje gevaar.
Bij Amsterdam hoort vrij denken en vrij doen. Wees zondig, wees transgressief, wees queer. Rot op met streepjes en vakjes en hokjes, durf buiten dat lijntje te gaan staan. Zowel met je fiets als met je gedachten. Daar ben je tenslotte Amsterdammer voor.

Vrijdag verschijnt de volgende aflevering, met een lofzang van toneel- en romanschrijver Rashid Novaire op de uitzichten in de stad.