Opinie Bewaar

Arjen Robben wist dat de afgang zijn uitgang zou worden

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Ik droom al twee nachten over Arjen Robben. Over hoe hij dinsdagavond over dat gras liep. Hij wist dat Nederland het niet ging redden. Arjen wist dat de afgang zijn uitgang zou worden. En toch vocht hij.

Robben rende met een schaar het slagveld op en liet zien dat je een ­onwinbare oorlog ook kunt winnen als je faalt.

De tranen liepen voor de aftrap al warm over zijn wangen. Het einde was nabij. In de negentig minuten die volgden, probeerde Robben zo ver mogelijk terug naar het begin te rennen, maar het einde rende met hem mee. Zijn gevecht raakte me. Grotendeels omdat ik tien gevechten ineen zag.

Het interessantste gevecht was overduidelijk dat tussen zijn gammele lichaam en zijn onwankelbare geest. Zijn lichaam gooide de handdoek in de ring, maar zijn geest pakte de geworpen handdoek, vouwde hem netjes op en legde hem terug in de kast.

Ik had nooit gedacht dat ik een ode aan Arjen Robben zou schrijven. Zijn spel sprak mij nooit aan. Hij struikelde naar mijn mening net iets te vaak over dingen die er niet waren.

Het ene moment fladderde hij als een vroeg kale vlinder over de flank en op het andere moment ging hij sneller naar de grond dan een loden badmintonshuttle. Het stoorde mij dat Arjen voetbalde alsof hij 33 jaar geleden het levenslicht in een buitenwijk van Stuttgart had gezien.

Lang zag ik hem als een geadopteerde Duitser. Ja, zijn vader was een schlagerzanger en zijn moeder was een kerstmarktstylist. Maar ik neem alles terug. Dinsdagavond was Robben de enige kerstbal in een voor de rest kale kerstboom.

Zijn gevecht raakte me diep.

De man die normaliter zo makkelijk gaat liggen, weigerde zich bij het onvermijdelijke neer te leggen. Robben bleef staan. Met opgeheven hoofd op een zinkend schip.

Mijn lichaam is op, mam. Mijn enkels, mijn knieën, mijn hamstrings. Ik denk dat ik moet stoppen

Na tachtig minuten bevond bijna zijn hele lichaam zich onder de zeespiegel, maar de mensen in het stadion en de kijkers thuis konden Robben nog zeker tien minuten lang het Wilhelmus horen gorgelen. 

Arjen Robben deed dinsdagavond wat hij al zijn hele carrière doet. Hij kwam naar binnen en hij schoot. Iedere tegenstander weet al jaren wat hij gaat doen. Robben komt naar binnen en hij schiet. Zijn spel is voorspelbaar, en toch niet te stoppen. Robben is als het weer. 

Dinsdagavond kwam hij weer naar binnen, het was alsof zijn moeder hem riep. Ze riep haar zoon en haar zoon kwam. Arjen was moe van het buitenspelen en hij had wat gaten in zijn spijkerbroek gestruikeld. 

"Kom maar naar binnen, jongen," zei de moeder, "ik heb karbonaadjes gebakken."

"Ik ben te moe om te eten, mam."

"Heb je zo hard gevoetbald dan?"

"Ik heb nog nooit zo hard gevoetbald als ik vandaag heb gevoetbald."

"Maar heb je gewonnen, Arjen?"

"Ik weet het niet. Soms voelt winnen niet als winnen aan en soms voelt verliezen wel als winnen aan. En mijn lichaam is op, mam. Mijn enkels, mijn knieën, mijn hamstrings. Ik denk dat ik moet stoppen."

"Dat mag. Het is goed zo. Je was de prachtigste storm, jongen."

Robben bijt een stuk van zijn karbonade, loopt op zijn moeder af en plant een juskus op haar vochtige wangen.

"Bedankt, mama. Deze storm gaat even liggen," zucht hij. 

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. 

Reageren? james@parool.nl