Opinie Bewaar

Als ik dat niet deed, ging mama dood. Of papa

Roos Schlikker
Roos Schlikker © Oof Verschuren

'I'm an athlete!' Als een waterballon bungelt haar buik in haar onbedoeld ironisch bedrukte T-shirt. Ze is een jaar of acht, haar bril zit scheef en ze lijkt op Olive, het mollige meisje uit de film Little Miss Sunshine.

Ze draalt bij de tokkelbaan, waar families zich vanuit een enorme boom aan een kabel over een rivier storten. Haar vader, type sergeant-majoor met op zíjn T-shirt de tekst 'Judoka's worden niet geboren maar gemaakt' brult aan de overkant dat ze moet opschieten.

Maar Olive is druk. Geconcentreerd beklopt ze de boom. Drie keer links. Drie keer rechts. Dan klapt ze in haar handen en trekt zes maal aan haar rechteroor. "Alles zal goed gaan. Alles zal goed gaan," mompelt ze. En plots stijgen in mijn hoofd acht ballonnen op.

Ik was tien en het tellen was bij me gaan horen. Mijn vader werkte veel, waardoor ik vaak alleen met mijn moeder was. Of zonder. Want ze sloot zich geregeld op in haar slaapkamer. Als ik haar wel zag, stemde ik mijn gedrag op haar af. Was ze vrolijk? Dan kon een grapje.

Bleef ze onbereikbaar, dan moest ik tellen. Acht lantaarnpalen, acht steentjes, acht keer mijn hoogslaper uitklimmen, het licht aan- en uitknippen en geruisloos het trappetje weer naar boven nemen. Als ik dat niet deed, ging mama dood. Of papa.

Maar in hun duister tellen sommigen. Omdat ze het zeker weten: als er iets ergs gebeurt, is het mijn schuld

Op een keer logeerde ik bij mijn tante Christine. De hele nacht liet ik acht ballonnen op in mijn hoofd. Ik moest ze in mijn hersenpan naar boven zien vliegen tot ze uit het zicht verdwenen, anders telde het niet.

Eén, twee, drie, vier. Steeds was er één die ik niet helemaal in het vizier kreeg en begon ik opnieuw. Eén, twee, drie. Ik sliep niet. Ik hield de wacht. Eén, twee, drie, vier, vijf. Door mij kwam alles goed.

Toen ze me thuisbracht, informeerde Christine voorzichtig of het oké met me ging. Ik leek zo in gedachten. "Roos?" zei mijn moeder. "Met Roos gaat het altijd goed. Zo'n makkelijk kind."

Pas decennia later leerde ik dat je makkelijke kinderen misschien moet wantrouwen. Ze lachen. Maar in hun duister tellen sommigen. Omdat ze het zeker weten: als er iets ergs gebeurt, is het mijn schuld.

"Waarom heb je me toen niets verteld?" Mijn vader heeft het me later wel gevraagd. "Ik heb dit nooit geweten." Ik heb geen antwoord. Behalve dan: omdat het altijd goed met ons ging. Daar zorgde ik voor.

"Alles zal goed gaan. Alles zal goed gaan." Ik sta achter Olive. Mijn knokkels aaien over het hout. Acht keer. Magisch denken verliet me nooit helemaal. Misschien projecteer ik nu wel. Toch fluister ik: "Meisje, als je niet wil, hoef je niet hoor." Te zacht. Little Miss Sunshine laat zich met haar volle gewicht naar beneden vallen. Iets later spring ik achter haar aan.

"Leuk, hè," roept haar vader als we zijn geland en stiert richting volgende attractie. "Leuk," zegt Olive. Haar brilletje is beslagen. Als ze wegloopt, zie ik hoe ze zes maal aan haar oorlelletje trekt.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.