Opinie Bewaar

Als de zon onder is, doucht hij met glow-in-the-darkzeep

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Claudius Koppedrayer woont in een penthouse op de Stadhouderskade. Als de vrijgezelle koorddanser in de douche staat, kijkt hij op het Vondelpark uit en als hij in het Vondelpark staat, kan hij zijn douche zien.

Vooral van dat laatste kan hij erg genieten. Dat parkbezoekers hem kunnen zien als hij aan het douchen is, maakt hem gelukkig. Als de zon onder is, doucht hij met glow-in-the-darkzeep.

Koppedrayer is de meest begeerde vrijgezel van de stad sinds zijn deelname aan een televisieprogramma waarin hij op zoek ging naar zijn vader. In een klein dorpje in Noordoost-Colombia stond hij voor een huis waar zijn vader ooit had gewoond.

Van buiten kon hij niet in de badkamer kijken. De camera zoomde in op zijn gezicht, hopend op tranen, maar toen zag Claudius haar lopen. Salomé. Hij liep op het buurmeisje af en fluisterde iets in haar oor.

"Ik zoek naar mijn vader, maar ik heb jou gevonden," fluisterde hij.

Op de achtergrond zag je de presentator staan. Hij wist op dat moment al dat hij een fout had gemaakt wat huisnummers betreft. Hij wist dat Claudius op het punt stond om verliefd te worden op zijn halfzusje, maar hij greep niet in.

"Dit is alleen maar goed voor de kijk­cijfers," zei het duiveltje op zijn schouders. Of de presentator zat op de schouders van de duivel. Dat kan natuurlijk ook. Dat de mens de duivel dingen influistert en niet andersom.

Toen hij weer in Nederland was, stonden er zesduizend vrouwen voor hem op Schiphol. Gewoon het feit dat hij de zoektocht naar zijn vader een halt toe had geroepen vanwege een meisje, had iedereen geraakt. En hij had ook de juiste dingen gezegd.

Dingen als: "Het gaat er niet om waar je vandaan komt of waar je naartoe gaat, nee, het gaat erom met wie je vandaag bent."

Hoewel hij tientallen meters boven de menigte liep, vlogen de slipjes hem om de oren

Heel Nederland werd verliefd op Koppedrayer en dat is het vandaag de dag nog steeds. Gisteravond stond hij met zijn avondvullende koorddansshow in Carré.

Iedereen was er. En hoewel hij tientallen meters boven de menigte liep, vlogen de slipjes hem om de oren. Hij ving er één. In de binnenkant stond een huisadres geschreven.

Claudius staat in de badkamer van de vrouw van het slipje. Een volledig opgeladen elektrische tandenborstel staat in een oplader. De vrouw komt binnen. Gouden sproetjes lopen over de brug van haar neus. Ze heeft grote voortanden en lippen zo sappig dat hij ze op een barbecue wil leggen.

De vrouw stopt een hand in haar broek en begint naar haar favoriete radiostation te zoeken. Dan beginnen haar vingers echt te dansen. Hij vraagt of ze haar truitje even omhoog wil doen. Ook op haar borsten zitten sproetjes. Hij telt ze. Het zijn er dertig. Een schoolklas aan sproetjes, verdeeld over twee prachtige lokalen.

Iemand anders probeert de badkamer binnen te komen, maar de vrouw heeft de deur op slot gedaan. Claudius draait zijn hoofd om en kijkt naar de deur. De vrouw haalt haar hand uit haar broek en zet zijn hoofd weer recht. "Kijk me aan als ik met je vreemdga," zegt ze, haar vingers ruiken naar de Middellandse Zee.

Koppedrayer klimt uit het raam en koorddanst over de straatverlichting in de richting van veiligheid. Maar dan laat hij zich vallen. Gedurende de val denkt hij aan zijn halfzusje en aan de vader die hij nooit heeft gevonden.

Met een openstaande schedel ligt hij op het fietspad. Twee vrouwen fietsen langs. Ze kunnen van buiten bij hem naar binnen kijken. De camera zoomt in. Zijn ziel huilt glow-in-the-darkzeep.   
   
De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl