Opinie Bewaar

Abou Jahjah heeft ideeën die ik 40 jaar geleden zelf ook had

Theodor Holman
Theodor Holman © Wolff

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column.

'Leden van de Humanistische Jeugdbond, even stil alstublieft.... Dank u. Vandaag is hier Anton Constandse om te spreken over Israël en Palestina. En daarna is er discussie. Het woord is aan Anton Constandse."

Anton Constandse, schrijver, atheïst, vrijdenker, multatuliaan, chef buitenland van NRC Handelsblad en iemand die ik vaak zag bij vrienden van mijn ouders. Mijn doel was worden zoals hij.

Die avond, het was vermoedelijk 1969 of 1970, sprak hij over Isra­ël en Palestina. Volgens Constandse was Israël een nazistaat, te vergelijken met Duitsland in de Tweede Wereldoorlog. De Palestijnen werden onderdrukt, zionisme is fascisme, de Joden hadden de Engelsen bij de neus genomen over de ruggen van de Palestijnen, de Balfourdeclaratie was misdadig geweest. De Joden waren volgens Constandse nu de echte antisemieten.

Later heb ik honderden keren over dit probleem gedebatteerd en ik zeg u eerlijk: ik heb elk denkbaar standpunt over deze kwestie ingenomen. En ook eind jaren zeventig veranderde ik van mening - daar gaat het nu even niet om.

De activist die het voor een ander doet, is altijd de grootste egoïst

Ik hoorde Abou Jahjah in Zomergasten ideeën verkondigen die ik meer dan veertig (!) jaar geleden zelf ook heb gehad. In dezelfde marxistische bewoordingen, in dezelfde leni­nistische zeurtoon, met dezelfde stalinistische argumenten. En weer hoorde ik hetzelfde: Israël is een fascistenstaat, de Joden plegen genocide, ze moeten weg uit dat land dat ze niet toebehoort...

Ik kan duizend keer roepen dat het niet waar is, en dat Isra­ël juist een gewoon land is - het wordt niet gehoord, men wil het niet horen een men zal het niet horen.

Het ware antisemitisme zal elk giftig ingrediënt in de giftige soep laten meekoken en dat brouwsel maar al te graag aan de wereldbevolking voorschotelen.

"Maar het is toch wel redelijk wat hij zegt," zullen sommigen zeggen. Ja, maar die redelijkheid is een masker.

Zet een streep, maak een verlies- en winstrekening en door het papier heen kruipt een Abou Jahjah. Een glibberig beest, bestaande uit slijm, rancune en geweldsfantasieën.

'Geen moslim, maar een agnost; islamofobie is eigenlijk antisemitisme; leve de rechtsstaat, maar geweld mag als het 'rechtvaardig' is en we in oorlog zijn; Israël verklaart ons steeds de oorlog...'

Het zijn dubbelzinnigheden uit de mond van een tweeslachtig wezen. Voor wie komt hij eigenlijk op?

De activist die het voor een ander doet, is altijd de grootste egoïst. Met twee wapens: een dubbele tong en een bom die hij zelf nooit plaatst.

Reageren? t.holman@parool.nl