Opinie Bewaar

'Zuid? Daar luisteren ze toch alleen naar Dire Straits?'

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Op de Marnixstraat staat een taxi. Een Mercedes nog wat. De chauffeur leunt tegen de motorkap van zijn ­auto aan en rookt een sigaret in de zon. De jongeman oogt geruchtmakend gelukkig.

Ik wil mijn vrouw opbellen en haar vertellen over deze gozer. Over hoe hij een troon van zijn motorkap lijkt te hebben gemaakt. Hij is de koning van de stad. Een staatshoofd op een standplaats.

"Waar moet je heen, broer?" vraagt hij.

Ik houd ervan. Van broer, broeder, kameraad, gabber en neef. We zijn allemaal broers en zussen van elkaar. Bloedverwanten, medemensen, we zijn allemaal synchroondwalers op deze discobalplaneet die op ontploffen staat.

"Ik moet naar de Louwesweg, neef."

"Komt goed, gappie."

Ik trek de deur van de taxi open en hoor de hiphop die ik luisterde toen ik zestien was. Bone Thugs-n-Harmony. Eerst hoor ik het nummer Foe tha Love of $, daarna hoor ik Thuggish Ruggish Bone.

De rapformatie uit Cleveland heeft mij ooit geleerd dat niets zo mooi kan dansen als taal. Dat een boodschap prachtig kan zijn, maar dat de letters pas echt op hun best zijn als ze wellustig zwieren. Als de letters als een centrifugerende wasmachine door de kamer dartelen.

Ik rap een stukje mee op de achterbank.

"Ken je dit, broer?"

"Dit is mijn jeugd, maat."

"Waar ben je opgegroeid dan?"

"In de buurt van het Valeriusplein."

Al sta je op Vlieland. Ik ben er binnen tien minuten

"Serieus? Zuid? Haha, daar luisteren ze toch alleen maar naar Bon Jovi en Dire Straits?"

We rijden over de Johan Huizingalaan. Het is drie graden, maar alle ramen staan open. Tupac rapt de taxi warm.

"Deze buurt is veranderd, broer," mijmert de chauffeur, "vroeger stonden hier flats, nu is alles laag. Zo gaat dat in Nederland. Als de problemen zich opstapelen, slopen ze de hoogbouw. Het werkt wel, hoor, maar de buurt voelt anders. Ik had hier een paar vrienden wonen, maar die leven niet meer. Als je lang genoeg in een web woont, word je vanzelf een spin. Wil je een sigaret?"

"Ik ben eigenlijk gestopt."

"Rook met me, broeder."

Uit zijn aansteker met de Amsterdamse vlag erop komt een huizenhoge vlam. Ik kan mijn wenkbrauwen voelen bukken.  

"We zijn er bijna. Welk liedje wil je nog een keer ­horen?" vraagt de leukste taxichauffeur die ik ooit heb gehad.

"Doe maar Thuggish Ruggish Bone."

We glimlachen naar elkaar in de achteruitkijkspiegel. Aan de spiegel hangt de vlag van Koerdistan. Onze wiegen stonden misschien een paar kilometer bij elkaar vandaan, maar door hiphop lijkt het alsof we buurjongens waren.

"Laat me je een knuffel geven," zegt hij als ik uit de taxi stap. We knuffelen met elkaar op een fietspad in Nieuw-West. Zijn winterjas ruikt naar de zomer.

"Als je ooit een taxi nodig hebt, bel me. Echt waar, neef. Al sta je op Vlieland. Ik ben er binnen tien minuten."

"Bedankt, lieve neef. Ik heb in tijden niet zo van ­Amsterdam gehouden."

"Stop broeder, je maakt hoogbouw van mijn hart."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. 

james@parool.nl