Opinie Bewaar

'Zonder een ander ben je minder compleet'

Minister Hugo de Jonge: 'Het zou mooi zijn als we het geroep van de flanken kunnen overstemmen om samen het midden terug te vinden'
Minister Hugo de Jonge: 'Het zou mooi zijn als we het geroep van de flanken kunnen overstemmen om samen het midden terug te vinden' © ANP

Maandag opende minister ­Hugo de Jonge het academisch jaar op de VU. Het wordt tijd dat we interesse in elkaar tonen, betoogt hij in een ingekorte versie van zijn speech.

Deze week vierden we door heel het land de opening van het academisch jaar. Voor de eerstejaars begint het studentenleven nu écht. Van het kleinste virus tot de grote namen uit de letteren: het ontginnen van nieuwe kennis begint op de universiteit en de 'Connected World', zoals het jaarthema van de Vrije Universiteit is, is daarvoor cruciaal.

Voor studenten die swipend ter aarde zijn gekomen, is het misschien een wonderlijk idee, maar toen ik van de middelbare school kwam, was er pas net internet in Nederland en zaten de digitale pioniers vol idealen.

Als iedereen toegang zou krijgen tot een nieuwe virtuele ­wereld, zou iedereen samenkomen en zou er een nieuw soort verbondenheid ontstaan, was het idee. Sommige mensen geloofden zelfs dat een nieuwe wereldorde nakende was.

In een tijd dat nog lang niet iedereen een computer in huis had, was die gedachte voor veel mensen te wonderlijk om waar te zijn.

Maar inmiddels hebben we allemaal één of meerdere socialemediakanalen. Leven we in een wereld waarin we, ook als we alleen zijn, altijd contact kunnen hebben met anderen. Op het internet bloeien gemeenschappen als nooit ­tevoren.

Het lijkt wel alsof we steeds minder een boodschap aan elkaar hebben

Maar op Facebook, Instagram en Snapchat zoeken we wel vooral naar meer van wat al in onze bubbel zit. En in de echte wereld doen we niet anders. De techniek stelt ons in staat om meer verbonden te zijn dan ooit, maar er ontstaan steeds meer verschillende groepjes mensen, die onderling ook steeds homogener zijn.

Langs elkaar
En daarmee lijkt het alsof we een steeds gefragmenteerdere samenleving zijn, een land van verschillende werelden, waar steeds minder tussen lijkt te zitten.

En misschien zijn we dat altijd wel geweest, maar is het probleem dat we elkaar steeds minder tegenkomen. Dat we - ik zeg het voorzichtig - steeds minder een boodschap aan elkaar lijken te hebben.

Ja, bij de voetbal zien we elkaar nog, in de kerk, en in het ziekenhuis, maar verder bewegen groepen in onze samenleving te veel langs elkaar heen, en te weinig echt samen. Als atomische eenheden die wel botsen, maar niet samenkomen.

En de vraag is hoe dat komt. Hoe het komt dat het gesprek steeds vaker in hoofdletters lijkt te gaan. Niet om met elkaar te praten, maar om het eigen standpunt nog eens hard in een ander z'n oor te toeteren.

Zwarte Piet
Zouden we het verleerd zijn om ons in elkaar te interesseren? Je ziet het aan elk debat in de samenleving. Vaak proberen mensen geen overeenstemming meer te vinden, maar blijven ze het eigen gelijk herhalen, en dat eigen gelijk wordt steeds iets sterker verwoord, gaat steeds verder tegen de flanken op. Het perfecte voorbeeld daarvan zou de discussie over Zwarte Piet zijn, maar alleen het noemen van die discussie werkt eigenlijk al polariserend.

Het is niet langer aan jullie ouders, maar aan jullie zelf om de toekomst vorm te geven

Het zou zo mooi zijn als het ons met elkaar lukt om de middelpuntvliedende krachten weer te dempen en het geroep van de flanken te overstemmen. Om zo samen het midden terug te vinden. Want dat is waar een sterke samen­leving begint. Dáár worden verschillen overbrugd, dáár komen mensen samen, dáár wordt strijd gepacificeerd.

Het wordt tijd dat we aan een samenleving gaan werken waarin we weer een boodschap hebben aan elkaar. Waar we niet over elkaar, maar met elkaar praten. Waar we interesse in elkaar tonen, ook in de mensen die niet als vanzelfsprekend in onze algoritmes passen. En dat begint misschien wel van bovenaf.

Zoals de Amsterdamse geestelijken imam Marzouk ­Aulad Abdellah en rabbijn Menno ten Brink. Zij geloven dat als zij elkaar serieus nemen, hun geloofsgenoten zullen volgen. En daar kunnen we allemaal een les uit trekken. Allemaal hebben we de dure plicht om elkaar niet alleen in het midden te vinden, maar daarin ook een voorbeeld te willen zijn voor anderen.

Noblesse oblige
Studenten, jullie staan op een keerpunt. Het is niet langer aan jullie ouders, maar aan jullie zelf om de toekomst vorm te geven. Over een paar jaar rust de wereld op jullie schouders.

Geef niet ­alleen vorm aan je eigen toekomst, maar ook aan ónze toekomst

We zijn hier in het rijke Nederland, op deze fantastische universiteit, in dat wat burgemeester Van der Laan zijn lieve stad noemde.

Hier zijn is een opdracht. Jullie horen nu bij de knapste koppen van Nederland. Noblesse oblige. Haal het beste uit je talenten. En geef niet ­alleen vorm aan je eigen toekomst, maar ook aan ónze toekomst. Aan een samenleving waarin we elkaar verstaan, en waarin we omzien naar elkaar. Voor verschillen, maar tegen tegenstellingen. Zonder een ander ben je minder compleet.

Mensen helpen
Iedereen kan er vandaag voor kiezen een betere collega te zijn, een betere studiegenoot. En dat kan al eenvoudig. Door de stem van de redelijkheid te blijven vertolken, ook al is het debat nog zo verhit. Door je hand uit te steken naar ­iemand die je hulp nodig heeft.

Of door mensen te helpen onze taal te leren. En door echt contact te maken met mensen die het zo anders hebben getroffen dan jij. Maar daarvoor moeten we wel onze blik van het scherm halen, en door onze eigen bubbel heenprikken.

Want op straat zijn de mensen niet van eentjes en nulletjes gemaakt, maar van vlees en bloed. Daar is de kans misschien wel het grootst dat je het midden terugvindt en het verschil gaat maken in het leven van anderen. En zo geven we vorm aan een sterke samenleving waarin we écht connected met elkaar zijn.