Opinie Bewaar

'Zoek een filantroop voor slavernijmuseum'

Herdenking van de slavernij in Oosterpark
Herdenking van de slavernij in Oosterpark © ANP

We hebben het weer gehad, de jaarlijkse herdenking van de bevrijding uit de slavernij. Gezien de omvang van de feiten - we hebben het over een geschiedenis van honderden jaren - is de aandacht ervoor minimaal.

Terecht lanceren GroenLinks, PvdA en SP een initiatief om te komen tot een nationaal museum. Antoin Deul, directeur van het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (Ninsee), is er enthousiast over (Parool, 3 juli) maar ziet het als een stevige klus die in Washington ook tien jaar duurde: "We gaan er gewoon aan werken." Nou, zo gaat het in Nederland geen tien maar twintig jaar duren.

Nederland staat heel dubbel tegenover het slavernijverleden. Er is niemand die het niet afkeurt, sterker nog: als je mensen persoonlijk spreekt, zijn ze best bereid toe te geven dat het onvoorstelbaar is wat er in de slavernijperiode eeuwenlang gebeurd is. De meest gehoorde reactie is daarna: "Maar het is al zo lang geleden." De daarbij horende denkwijze is dat je je te veel als slachtoffer opstelt als je nog met dat verleden bezig bent en je daardoor laat beïnvloeden.

Wat Ninsee nodig heeft, is niet de politiek, maar goede marketeers

Het wordt niet zo gezegd, maar de implicatie is eigenlijk dat zwarte mensen zich er maar eens overheen moeten zetten. De erkenning die ik veel zwarte mensen zie zoeken, gaat er niet komen. Geen Nederlander wil 'de schuld' krijgen en schuldgevoel is precies de knop waarop de zoektocht naar erkenning drukt.

Knop van kracht
Bovendien is het klimaat in ons land niet gunstig voor het oprichten van een museum specifiek voor de geschiedenis van zwart Nederland, tenminste: het politieke klimaat. Ik zie de discussies al: waarom dan niet dat museum van de Arabische wereld, en hadden we geen 400 jaar relaties met de Turkse wereld, verdienen Molukkers niet hun eigen aandacht en dan: waarom moet elke doelgroep zijn eigen museum?

Als ik directeur van Ninsee was, zou ik geen tien jaar gaan werken om erkenning te krijgen, maar op eigen kracht een filantroop zoeken, zoals ook Felix Meritis en andere centra hebben gedaan - en dan zie je wel of de politiek ooit nog volgt. Maatschappelijk gezien is er namelijk wel degelijk een brede beweging van erkenning en waardering van diversiteit inclusief het verleden dat daar vaak aan vasthangt.

In het politieke debat vind je dit nog weinig terug, maar er zijn voldoende individuen bereid kleine en grote bijdragen te leveren om het museum te realiseren - op voorwaarde dat op de knop van kracht en niet op de knop van schuld wordt gedrukt. Wat Ninsee nodig heeft, is niet de politiek, maar goede marketeers.

En met het geld dat dan binnenkomt, vorm je het museum zoals jij dat belangrijk vindt; onafhankelijk en als statement tegen elke vorm van slavernij.