Opinie Bewaar

'Zet alle gesubsidieerde activiteiten tegen radicalisering op een website'

'Zet alle gesubsidieerde activiteiten tegen radicalisering op een website'
© ANP

Wees open over subsidies voor de bestrijding van radicalisering en houd de broertjes en zusjes van jihad-gangers in de gaten, schrijft Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch.

De antiradicaliserings-industrie telt steeds meer bureautjes die een goed belegde boterham verdienen met begeleiding naar de arbeidsmarkt of andere trajecten, vaak zonder resultaat. 'Baat het niet, dan schaadt het niet' lijkt het motto van deze industrie en de overheidsuitgaven aan deze beunhazen zijn vergeefs - sterker nog: contraproductief. Allochtone Amsterdammers betalen de prijs van de zinloosheid der dingen: 'Nu is er zo veel in jullie geïnvesteerd en toch is die achterstand nog steeds niet ingehaald.'

Het regent trainingen, expertmeetings en seminars over radicalisering. Ook beveiligingsbureaus zien er brood in - alsof radicalen op straat zouden hangen. Er is zelfs een marktonderzoeksbureau dat doodleuk vijftig enquêteurs de straat op stuurt om zevenhonderd Turken en Marokkanen te bevragen over Islamitische Staat.

Intussen klampen wanhopige ouders mij aan, onlangs nog een vader in Amsterdam-Noord wiens zoon recent is gedood in Syrië. Hij wil niets liever dan andere ouders waarschuwen. Maar hoe? Er zijn nogal wat allochtone vrijwilligersorganisaties die nu beginnen met een brainstorm over hoe radeloze ouders op te vangen. Of hoe ze jihadplannen uit eigen kring goed kunnen melden. Ze nemen hun tijd. Het lijkt wel alsof zulke organisaties vooral oog hebben voor de subsidiestromen, in plaats van zich bezig te houden met wat zich al afspeelt in de gemeenschap die zij vertegenwoordigen.

Daarom pleiten wij ervoor om alle subsidies transparant te maken. Laten wij alle gesubsidieerde activiteiten tegen radicalisering op één publiek toegankelijke website plaatsen. Dat helpt de sociale controle, want de organisaties checken elkaar dan en spreken elkaar daarover aan.

Newborn
De meeste jihadgangers zijn reborn moslims, die na een losbollige of criminele periode het geloof herontdekken, of newborn, zoals de blonde Aïcha uit Maastricht, die bevrijd werd door haar moeder Monica. Zij radicaliseren vaak eerder en sneller dan de trouwe moskeebezoekers. Kinderen die religieus gevormd worden bij moskeeën als Alkabir aan de Weesperzijde en organisaties als Al Maarif in Watergraafsmeer zijn weerbaarder tegen invloeden van kwaadaardige religieuze bewegingen dan kinderen die geen religieuze vorming hebben gehad. Ook minister Lodewijk Asscher van Integratie gaf onlangs moskeeën daarvoor de credits: zij helpen weerbaar maken.

Religieuze vorming helpt. Zelfs als imams hun leerlingen wat ouderwets de religieuze dogma's uit het hoofd laten leren. Wat zou het geweldig zijn als imams de samenwerking vonden met de reguliere basisscholen. Daarmee creëer je een perfecte driehoek: basisscholen brengen imams didactische technieken bij, waarbij kinderen aangezet worden tot vragen stellen en tot zelfstandig denken. Ouders hoeven niet langer te zoeken naar modern islamonderwijs, dat nu bijna niet te vinden is. En scholen helpen mee tegen radicalisering.

Wij hebben de kennis en kunde niet in huis, roept burgemeester Van Aartsen namens Den Haag, Amsterdam en andere jihadgemeenten. Die zou hij kunnen zoeken en opnemen in zijn organisatie. Dat doet hij niet. Wat hij wel doet, is vragen om staatsopvang voor lokale terugkeerders en hun familieleden. Dat is de wereld op zijn kop. En wat een verschil met burgemeester Van der Laan, die als voorzitter van een taskforce kindermishandeling andere burgemeesters oproept tot actie. Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters doet er goed aan om ook voor radicalisering zo'n taskforce op te richten. Alleen zo bouw je een stevige dijk tegen de radicaliseringsstroom, in plaats van louter zandzakken te verplaatsen. En daar willen Nederlandse moslims graag aan meebouwen.

Te laat
Donderdag stond in Het Parool het verhaal van de Amsterdamse jongerenwerker Bilal, die is gederadicaliseerd. Het zusje van dit ex-Hofstadlid is recent op jihad vertrokken. Zij was in het vizier, de gemeente had misschien wel een plan van aanpak gemaakt, maar was te laat.

In Amsterdam hebben wij een interventieteam voor de broertjes en zusjes van de Top 600-criminelen, dat werkt met vliegende brigades die achter de voordeur komen. Dat zouden we ook moeten hebben voor de broertjes en zusjes van jihadstrijders.

Dure consultants en inhuurkrachten moeten worden vervangen door doorgewinterde experts, deskundigen die weten hoe de wedloop om de zuiverste leer zich ontwikkelt, die de verleidingen van extremiteit hebben ondervonden én overwonnen. Ze spreken Berbers of Arabisch en hebben aan een half woord genoeg. Gemeenten doen er goed aan deze ervaringsdeskundigen een baan aan te bieden bij de politie, in het onderwijs en bij de leerplicht.

Als ze de juiste uitvoerders in dienst hebben, geworven onder bijvoorbeeld moslims die gewend zijn om te corrigeren en om deradicalisering uit te dragen, hoeven burgemeesters niet langer wanhopig te schreeuwen om met staatssteun veranderingen in gang te krijgen. We hebben niets aan tijdrovende brainstorms en power points, het gaat om de kwaliteit van de uitvoering.

Met de juiste uitvoerders in dienst sjouw je geen zandzakken meer; dan bouw je dijken.


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.