Opinie Bewaar

'Wethouder De Miranda krijgt niet de erkenning die hij verdient'

Een kunststof voorbeeld van hoe Wibaut straks een standbeeld moet krijgen
Een kunststof voorbeeld van hoe Wibaut straks een standbeeld moet krijgen © Rink Hof

Wibaut verdient meer erkenning, daar is Paroollezer Tessa Stassen het mee eens. Maar niet alleen Wibaut. 'De Miranda krijgt niet de erkenning die hij verdient.'

Af en toe komt het standbeeld van wethouder Floor Wibaut langs in de media. Zo ook in het mooie artikel van Hanneloes Pen in Het Parool van zaterdag. Steeds is weer onderwerp van discussie of het beeld van Wibaut wel op de juiste plek staat.

Of, zoals in dit artikel, dat een enthousiaste Amsterdammer een ­betere plek
gevonden heeft voor de bronzen kolos. Want 'embonpoint', dat had onze
Wibaut zeker.

Wat mij altijd opvalt in deze discussie, is het ­totaal ontbreken van ­Wibauts medewethouder Monne de Miranda, wethouder van 1919-1939 voor de SDAP, de voorloper van de PvdA.

Als je de geschiedenisboekjes en Wikipedia mag geloven heeft deze Joodse wethouder minstens zo veel betekend als Wibaut voor de (sociale) voorzieningen in onze stad aan het begin van de twintigste eeuw.

Hij was de initiatiefnemer voor de Centrale Markthallen in West, was betrokken bij de woningbouw en grote werkgelegenheidsprojecten als het Amsterdamse Bos en het Flevopark. De ­Miranda is zoals veel van onze Joodse Amsterdammers in de Tweede wereldoorlog vermoord in een (doorgangs)concentratiekamp.

In tegenstelling tot Wibaut krijgt De Miranda in mijn ogen niet de erkenning die hij verdient. Ja, hij heeft eind jaren zestig zijn naam mogen lenen aan het zwembad in Zuid. Maar bij artikelen over de twintigste-eeuwse sociale voorzieningen en ­woningbouw lezen we altijd over de goede werken van wethouder Floor Wibaut en wordt Monne de Miranda's naam niet genoemd.

Ik zou willen zeggen: geef beide wethouders een beeld. Of maak een beeld van beide heren samen en plaats dat op de middenberm van de Wibautstraat.

Tessa Stassen, Amsterdam