Opinie Bewaar

'Weet je wat het fijne is? Muren vechten niet ­terug'

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Ze rijden op zijn scooter door de stad. Hij zit bij haar achterop. Een paar weken geleden droomde hij over een afschuwelijk scooterongeluk. In die droom ­bestuurde hij de scooter en sindsdien zit hij achterop.

"Voel je je wel veilig bij mij achterop?" vroeg ze vanochtend aan hem in de badkamer.

"Veiliger dan ooit, kanjer. Je bent de beste scooter­bestuurder die ik ken. Een weet je wat het ook is? Nee, dat kan ik niet zeggen."

"Wat?" vroeg ze ongeduldig.

"Nou, ik denk dat je te mooi bent om aangereden te worden. Jouw schoonheid is onze airbag."

"Wat een onzin, Casper."

"Zo voel ik het gewoon. Je hebt mooie vrouwen en je hebt vrouwen zoals jij. Vrouwen van wie de schoonheid aan het onaantastbare grenst."

Ze kennen elkaar van het tegen de muur slaan. Hij woonde in het huis naast haar en kon haar elke avond horen slaan. En zij hoorde hem ook slaan. De muur die tussen hen in stond, stelde ze aan elkaar voor.

"Sinds wanneer doe je dat? Dat slaan?" vroeg hij de volgende dag aan haar.

"Ik begon ermee toen ik zes was. Als ik het even niet meer weet, beuk ik met mijn knokkels tegen de muur. Het is een vreemde hobby, maar het is een hobby. En weet je wat het fijne eraan is? Muren vechten niet ­terug."

Ik denk dat je te mooi bent om aangereden te worden. Jouw schoonheid is onze airbag

"Maar zijn het niet juist de dingen die niet terugvechten die je het meeste pijn kunnen doen?" vroeg hij.

Toen hij dat zei, was ze in één klap verliefd op hem.

"In de slaapkamer van mijn ouderlijk huis hing vlinderbehang. Het behang was ondersteboven opgehangen, dus de vlinders vlogen naar beneden. Je had drie kleuren vlinders. Blauwe, groene en rode. Ik sloeg altijd op de rode vlinders, want dan kon ik, als ik bloed op het behang achterliet, mijn bloed in de rode vlinders wrijven," vertelde ze.

"In mijn ouderlijk huis waren de muren erg zacht. Als ik echt hard sloeg, begon mijn slaapkamermuur af te brokkelen. Er zaten allemaal kleine gaatjes in die muur. Het waren er duizenden. Ik vond het er mooi uitzien. Die duizenden kleine gaatjes deden me denken aan hoe een strand eruitziet na een regenbui. In mijn ouderlijk huis was ik de regen," zei hij.

Ze zijn vandaag zeven maanden samen. In april trok hij bij haar in. Elke avond slaan ze samen tegen de muur aan, totdat de muur in de touwen ligt.

Dan gaan ze op bed liggen en brengt zij zijn handen naar haar mond toe en begint zachtjes te blazen op alles wat vuurrood is. Dat is zijn favoriete moment van de dag. Als hij de ­minuscule beetjes speeksel op zijn vingers kan voelen landen.

Elke avond slaan ze samen tegen de muur aan, totdat de muur in de touwen ligt

De scooter staat voor het stoplicht op de kruising van de Van Baerlestraat en de Willemsparkweg. Het is rood, maar ze twijfelt. Ze wil gaan kijken of ze echt onaantastbaar is.

Ze geeft gas. Hij vraagt wat ze aan het doen is. Ze zegt dat dit zijn schuld is. Dan sluit ze haar ogen. Piepende remmen en een toeterende bus. Een fietser schreeuwt "Blinde trut!"

In de Paulus Potterstraat opent ze haar ogen weer.

"Ik denk dat we het teken aan de wand uit de wand hebben geslagen," zegt Casper.

Ze pakt met haar linkerhand zijn dijbeen vast en knijpt er zachtjes in. Daarna glimlacht ze de vlinders de juiste kant op.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl