Opinie Bewaar

We zagen De Goede Verstaander weggejaagd worden

Theodor Holman
Theodor Holman © Wolff

'Dames en heren. De familie heeft mij gevraagd om bij het overlijden van De Goede Verstaander enkele woorden te spreken.

Zoals wij hier zitten, wisten wij wie De Goede Verstaander was. Daarom konden we grappen maken, de boel in de maling nemen, ironisch zijn. Als ik 'neger' zei, of 'jood' of ­'fascist,' dan wist De Goede Verstaander meteen wat ik ­bedoelde.

Maar De Goede Verstaander kreeg een vijand. De Wel­bewuste Niet-Begrijper. Een tragische, antipoëtische ­persoonlijkheid, want expres geen goede verstaander die, alleen om te kwetsen, alles ­letterlijk nam. Hij kon niet ­anders, want hij snapte niks van humor, niks van ironie, niks van relativering.

De Welbewuste Niet-Begrijper wilde niets weten van de grimassen die je soms onder bepaalde zinsnede zette, niets weten van genuanceerde stem­buigingen.

We hebben vervolgens ­allemaal kunnen zien wat er met De Goede Verstaander ­gebeurde.

Hij werd een gemakkelijke prooi voor de dieven van de ironie.

De Welbewuste Niet-Begrijper snapt niks van ironie en relativering

Van De Goede Verstaander werd zijn taal afgepakt. Zijn ­relativeringen moesten worden kapotgemaakt. Humor was alleen humor als die het stempel kreeg van Het Bureau der Politieke Correctheid, waar ze alles wat ironie was door de gendervrije plee spoelden.

En zo zagen wij De Goede Verstaander weggejaagd ­worden. Aldus verdwenen de ironie, de humor en de grappen uit ons dagelijks leven. Ja, er waren cabaretiers. Maar het waren wel de allerslechtste ­cabaretiers die, omdat De ­Goede Verstaander was verdwenen, in snel tempo boven kwamen drijven. 

Je kon ze ­elke week in een talkshow zien, waar ze met hun suikerzoete tong de ballen kietelden van de macht door overjarige grappen te vertellen, waarvoor Het Bureau der Politieke Correctheid grof betaalde. 

Terwijl wij steeds meer meel in de mond kregen.

En nu staan we bij de kist van De Goede Verstaander.

Het was de laatste wens van De Goede Verstaander dat wat er nog over is van zijn erfenis zou worden gebruikt om Goede Verstaanders op te leiden. 

Hij geeft zijn geld daarom aan de schreeuwers die voortdurend te horen krijgen dat ze onfatsoenlijk zijn, aan de antireligieuzen, omdat die niet aandringen op serieus gezeur, aan de werkelijk tegendraadse, kritische klootzakken die de ironie kunnen en durven ­hanteren als een mes, aan de anti-idealisten, omdat die daadwerkelijk vrij kunnen denken, en wie weet zal er dan ooit weer een Goede ­Verstaander opstaan."

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl