Opinie Bewaar

'We moeten ons niet richten op de armen, maar op de middenklasse'

De Bijenkorf in Amsterdam. De warenhuisketen focust sinds kort op rijkere klanten.
De Bijenkorf in Amsterdam. De warenhuisketen focust sinds kort op rijkere klanten. © Foto Rink Hof

Steeds weer bevestigt onderzoek de trend in Amsterdam van een tweedeling, waarbij rijken de armen verdringen. Dat beeld behoeft nuancering, schrijven Henri de Groot en Peter Mulder vandaag in een opiniestuk in Het Parool.

Henri de Groot

is bijzonder hoogleraar regionale economie aan de VU
Peter Mulder

is assistent hoogleraar aan de VU, afdeling ruimtelijke economie

En opnieuw klonk vorige week in Het Parool de alarmbel: de tweedeling tussen arm en rijk neemt in Amsterdam snel toe. Zonder overheidsingrijpen zou het gebied binnen de ring op termijn louter plaats bieden aan topinkomens en de hogere middenklasse. Is die zorg terecht?

Opvallend genoeg gaat het in de discussie over de tweedeling van Amsterdam vrijwel uitsluitend over rijke mensen die arme mensen zouden verdringen. Maar dat valt erg mee. Nog steeds bestaat ongeveer de helft van de Amsterdamse woningvoorraad uit sociale huurwoningen. Nieuwbouw bestaat eveneens voor ongeveer de helft uit corporatiewoningen bestemd voor sociale verhuur. En zelfs binnen de ring is nog steeds zo'n 40 procent van de woningen, bestemd voor sociale verhuur. Van de ruim 20.000 woningen in Amsterdam die elk jaar vrijkomen, gaat zo'n 40 procent naar sociale huurders en 60 procent naar kopers en mensen die huren in de vrije sector.

Toegegeven, dat is minder dan enkele jaren geleden, toen sociale huurders nog 50 procent van de vrijgekomen woningen betrokken. Maar revolutionair is deze verschuiving niet, en van grootschalige verdringing is geen sprake.

De groep die in Amsterdam in de knel komt zijn niet de armen, maar de middenklasse. Zij zijn te rijk voor een sociale huurwoning, maar te arm om een eengezinswoning te kopen of te huren in de vrije sector. En dus wijken ze uit naar Almere, Zaanstad, Hoofddorp, Purmerend of Amersfoort. Om vervolgens elke dag aan te schuiven in de file, op weg naar en van hun werk in Amsterdam - met alle tijdverspilling en milieubelasting van dien. Onder hen is een grote groep hoger opgeleiden.

Voor de economie van Nederland is het cruciaal dat Amsterdam hoger opgeleiden aan zich kan binden. Recent onderzoek laat zien dat een concentratie van banen voor hoger opgeleiden in een grote stad als Amsterdam leidt tot een fors hogere productiviteit op de werkvloer, en dat dit veel minder geldt voor een concentratie van lager opgeleiden.

Meer huizen voor middenklasse
Maar wat doet Amsterdam? De stad op slot zetten voor hoger opgeleiden met een middeninkomen en een baan in de stad, en ondertussen proberen te voorkomen dat lager opgeleiden of mensen zonder perspectief op een baan moeten uitwijken naar Purmerend of Almere. Hoe logisch is dat? De gemeente en het rijk moeten inderdaad ingrijpen, maar dan door meer huizen te bouwen voor de middenklasse in en vlak om Amsterdam.

Daarmee zeggen we niet dat angst voor segregatie lariekoek is. Enkele jaren geleden waren er ernstige onlusten in een buitenwijk van het egalitaire Stockholm. Dat kan ook in Amsterdam of Almere gebeuren. Concentratie van kansarme jongeren in een buurt is vragen om problemen.

Maar de hamvraag is of spreiding van kansarme families over alle buurten van de stad ervoor zorgt dat jongeren vaker op het rechte pad blijven, bijvoorbeeld doordat ze vaker goede rolmodellen tegenkomen. Vaak is het dan al te laat. Kinderen die in mindere buurten opgroeien, staan op achterstand. Gelijkheid van kansen begint dus op basisscholen.

Regulering van onderwijs
Het ligt daarom veel meer voor de hand om die kansen te vergroten via regulering van onderwijs dan via regulering van de woningmarkt. In Amsterdam geldt de regel dat bij elk nieuwbouwproject 30 procent van de woningen bestemd moet worden voor sociale verhuur. En dan maar hopen dat de kinderen in die woningen op dezelfde school komen als de kinderen uit de duurdere woningen in dezelfde straat.

De praktijk leert dat dit niet het geval is. Zelfs op het microniveau van een paar straten lukt het telkens weer om scholen te laten segregeren langs de lijnen van inkomens van ouders.

Waarom niet de regel invoeren dat in elke klas op elke school 30 procent van de plekken bestemd zijn voor kinderen van arme ouders? En waarom leerkrachten in arme buurten niet hoger belonen dan leerkrachten in rijke buurten? Ongeacht de plek van wonen nemen mensen de voordelen van een goede basisopleiding hun hele leven mee. Investeren in mensen is een betere toekomststrategie dan het reguleren van woonruimte.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan. Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen.