Opinie Bewaar

'Waarom lees ik niets over multiculturele rouw in Het Parool?'

6 mei 2015. De Suri­naamse gemeenschap  neemt in haar woning in Zuidoost zingend afscheid van de op 89-jarige leeftijd overleden Hillie Holband
6 mei 2015. De Suri­naamse gemeenschap neemt in haar woning in Zuidoost zingend afscheid van de op 89-jarige leeftijd overleden Hillie Holband © Dingena Mol

Als het gaat om de do's-and-don'ts rondom rouw moet je uitgaan van de multiculturele stad die Amsterdam is, schrijft Mercedes Zandwijken. We kunnen nog zo veel leren van elkaars tradities en gebruiken.

Het leven in een multiculturele stad als Amsterdam levert veel uitdagingen op, waarover we op dagelijkse basis in de krant kunnen lezen. Daarbij blijft vaak onderbelicht hoezeer die diversiteit voor verrijking kan zorgen, ook omdat we vaak niet beseffen wat andere culturen of groepen kunnen bijdragen aan ons leven: ons samenleven, maar ook ons individuele leven.

Een medium als Het Parool kan daarin een belangrijke rol spelen, door ons in contact te brengen met inzichten en praktijken van andere Amsterdammers waarmee iedereen zijn voordeel kan doen.

Helaas is dat nog niet vanzelfsprekend, zodat we maar al te vaak onderwerpen vanuit het ­gebruikelijke witte en dus monoculturele perspectief krijgen gepresenteerd. Een goed voorbeeld was het artikel onlangs over rouwetiquette waarin we geïnformeerd werden over do's-
and-don'ts wanneer iemand een familielid of vriend is verloren.

Aangezien onze omgeving zeer divers is, zou je als lezer verwachten dat we ook een divers aanbod te lezen krijgen over hoe in verschillende culturen of groepen hiermee wordt omgegaan. Maar de praktijken of etiquetteregels die genoemd werden, hadden een duidelijk monoculturele signatuur en waren dan ook weinig representatief voor wat er in de stad te leren is over rouwverwerking.

Zo veel tranen
Ik ben dan ook niets te weten gekomen over bijvoorbeeld de rouwetiquette die in Surinaams-, Turks- of Marokkaans-Nederlandse groepen te vinden is, terwijl ik met hen in mijn straat leef. Ik moest ook onmiddellijk denken aan de Joden die al eeuwen deel uitmaken van onze samenleving en zo veel tranen in deze stad hebben gelaten om hun verlies tijdens de oorlog.

Binnen de ene traditie is het gebruikelijk samen een kaarsje aan te steken, anderen koken samen een maaltijd

De Joodse traditie biedt bovendien een zeer rijke 'gereedschapskist' om met rouw en verlies om te gaan. Iets soortgelijks geldt de Afro-Caribische Nederlanders, die immers ook al eeuwen deel uitmaken van onze samenleving en die zich niet zullen herkennen in de nogal afstandelijke suggesties van het artikel.

Zowel voor Joden als voor Afro-Caribische Nederlanders - van wie ik er een ben - is het bijvoorbeeld gebruikelijk om samenkomsten met de achtergeblevenen te hebben op verschillende momenten gedurende het eerste jaar na het overlijden van een geliefde.

Juist 'omdat we vaak niet weten hoe we een rouwende vriend het beste tegemoet kunnen treden', zoals het artikel stelde, kan het van betekenis zijn om over dit soort praktijken te lezen. Immers, rituelen en tradities bieden ons omgangsvormen en praktijken die de Nederlandse samenleving deels is kwijtgeraakt door ontkerkelijking, individualisering en verstedelijking.

Juist voor die momenten dat je het zelf even niet meer weet, zijn tradities prettig om op terug te kunnen vallen. Binnen de ene traditie is het gebruikelijk samen een kaarsje aan te steken, anderen koken samen een maaltijd voor de rouwende vrienden en familie die zich hebben verzameld in de woonkamer van de achtergeblevene om tijdens het eten samen herinneringen op te halen aan de overledene.

Lastig volkje
Ik ken talloze verhalen van (witte en zwarte) vrienden en bekenden die zich behoorlijk in de steek gelaten hebben gevoeld, nadat een dierbare was overleden. Op een aangrijpende manier werd dit ook verwoord door Karin Kuiper, de weduwe van schrijver Karel Glastra van Loon in haar boek Je mag mij altijd bellen: 'Plotseling behoorde Karin tot dat lastige volkje van weduwen en weduwnaars.

Zonder hulp van anderen redt niemand het, maar toch stond boven aan haar ergernissenlijst het goedbedoelde zinnetje 'Je mag mij altijd bellen'. Want hoe welgemeend ook, dit is 'hulp' die je met lege handen achterlaat... Omdat je in je diepste wanhoop niet wilt bellen en niet kán bellen, omdat je slechts denkt: Nee, het gaat niet! Zij moeten mij bellen!'

Kortom: Het Parool zou een prachtige bijdrage kunnen leveren aan het leven in onze multiculturele stad door ons te informeren over praktijken en inzichten uit de verschillende tradities en groepen die in onze stad wonen. Daardoor kan zij bijdragen aan het samenleven met elkaar en ons eigen leven verrijken.