Opinie Bewaar

'Vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden is lang niet altijd zo positief'

Een Nederlandse vrijwilliger van Kidz Active geeft Engelse les op een schooltje in Ghana.
Een Nederlandse vrijwilliger van Kidz Active geeft Engelse les op een schooltje in Ghana. © Bert Spiertz

Kwetsbare kinderen in verre landen helpen bij wijze van vakantiebesteding en zelfontplooiing? 'Voluntourism' is niet altijd zo positief als het klinkt, stelt Isolde de Groot.

Isolde de Groot
is docent aan de Universiteit voor Humanistiek en maandag te gast bij een beraad over voluntourism in De Nieuwe Liefde.

De groeiende belangstelling voor het doen van vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden heeft de afgelopen jaren geleid tot een heuse vrijwilligersindustrie. Deze industrie wordt ook wel aangeduid als 'voluntourism'.

Op websites van organisaties die dergelijke ontwikkelingsreizen aanbieden, wordt veelal een positief verhaal geschetst: over de bijdrage die je zult leveren aan een project, de betekenis die jouw hulp zal hebben voor kwetsbare kinderen of ouderen en de waarde voor je persoonlijke ontwikkeling.

Structurele inzet
Ngo's en journalisten hebben daarentegen verschillende schadelijke kanten van de vrijwilligersindustrie belicht. Zo organiseerde Unicef een campagne waarin zij erop wees dat de structurele inzet van vrijwilligers die niet beschikken over de benodigde vooropleiding, faciliteiten en ondersteuning de kwaliteit van de zorg voor kinderen in weeshuizen en de kwaliteit van het onderwijs op scholen negatief beïnvloedt.

Uit bovenstaande valt af te leiden dat het van belang is dat jongeren die een dergelijke reis willen ondernemen, stilstaan bij de vraag hoe ze op een verantwoorde manier vrijwilligerswerk kunnen doen in ontwikkelingslanden. Ook valt hieruit af te leiden dat het van belang is dat organisaties die dergelijke reizen organiseren samen met betrokken partijen in het land van bestemming nadenken over hoe je wenselijke vormen en gevolgen van vrijwilligerswerk kunt bevorderen, en onwenselijke vormen en gevolgen kunt tegengaan.

Informeren
Iets dergelijks geldt ook voor de overheid: in het kader van de vormende taak van het onderwijs is het van belang dat zij, met andere partijen die een rol hebben in de opvoeding, nadenkt over de mate waarin zij jongeren ondersteunt bij de ontwikkeling van moreel en kritisch wereldburgerschap.

Educatieonderzoek op het gebied van moreel, democratisch en wereldburgerschap kan in dit kader handvatten bieden. Niet alleen aan jongeren, educatieve professionals en de overheid, maar ook aan ondernemers die jongeren op een verantwoorde manier willen informeren over, voorbereiden op, en begeleiden bij hun vrijwilligerswerk.

Ter illustratie beschrijf ik kort twee onderzoeksdomeinen en hun relevantie voor vrijwilligerswerk, zowel in een ontwikkelingsland als in de eigen omgeving.

Wereldgemeenschap
Het eerste domein betreft onderzoek naar de competenties die wereldburgers nodig hebben. Educatieonderzoekers hebben bijvoorbeeld aangegeven dat het belangrijk is dat jongeren in pluralistische samenlevingen in een geglobaliseerde wereld leren hun eigen tradities te bekritiseren.

Ze moeten leren denken als burger van een wereldgemeenschap, en het vermogen ontwikkelen zich te verplaatsen in de positie van iemand die erg van hen verschilt (Nussbaum, 2002).

Ook is het van belang dat jongeren leren onderscheiden wanneer sprake is van immoreel gedrag en wanneer van gedrag dat de conventies van de eigen (of gast-) omgeving overschrijdt (Nucci, 2010). En dat jongeren leren bijdragen aan gelijkwaardige sociale en politieke verhoudingen (Veugelers, 2008).

Vragen stellen
Een jongere zonder educatieve achtergrond die over dergelijke competenties beschikt en uitgenodigd wordt om Engelse les te gaan geven op een basisschool in Oeganda, zal bijvoorbeeld kritische vragen stellen over de wenselijkheid van een dergelijke bijdrage.

Hij zal vragen stellen over de implicaties van een dergelijke bijdrage voor de positie van betaald en bevoegd personeel en over de mate waarin de vrijwilligersorganisatie ongelijkwaardige (en neokoloniale) verhoudingen bestendigt dan wel bevordert.

Een organisatie die op verantwoorde wijze vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden wil faciliteren zal jongeren uitnodigen dergelijke vragen te stellen en bespreken.

Toeristische attractie
Een tweede domein betreft onderzoek naar manieren om het democratisch engagement van jongeren te bevorderen. Dit kan bijvoorbeeld door jongeren in contact te brengen met mensen die hun eigen idealen bevraagd hebben, die aandacht vragen voor mogelijk schadelijke effecten van bepaalde vormen van participatie, en die actief hebben bijgedragen aan het benoemen van ongelijke verhoudingen (Beaumont, 2010 en De Groot, 2013).

Het zou mooi zijn als dergelijke inzichten (meer) worden benut bij het ontwikkelen van een duurzamere vrijwilligersindustrie. Want zoals Unicef in haar campagne onderstreepte: kinderen in ontwikkelingslanden zijn nou eenmaal geen toeristische attractie.


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.