Opinie Bewaar

'Studenten niet schuldig aan einde samenwerking UvA en VU'

UvA-college. Bij de plannen voor de vorming van één bètafaculteit met de BU is niet naar de studenten geluisterd.
UvA-college. Bij de plannen voor de vorming van één bètafaculteit met de BU is niet naar de studenten geluisterd. © Foto Rink Hof

Hou op de studentenraad de schuld in de schoenen te schuiven van het afblazen van de bètasamenwerking tussen UvA en VU, schrijft Asva-voorzitter Henriëtte Hoogervorst.

Vermoeid lees ik de reacties in studentenbladen Folia en ­Ad Valvas over het afblazen van de bètasamenwerking tussen de UvA en de VU. De centrale en ­facultaire studentenraad van de UvA worden hier, door voorstanders van de ­fusie, als het zwarte schaap afgeschilderd, de boosdoeners.

Zij hebben een 'historische fout' begaan en weten niets over de grote implicaties die een tegenstem heeft. "Je kunt ze totale visie-loosheid verwijten."

Maar na de reactie van hoogleraar Walter Hoogland in Het Parool van 4 mei over deze 'treurige beslissing' kan ik het niet langer laten liggen. Laten we terugblikken op die historische fout.

Er hadden al in een veel eerder stadium gesprekken moeten plaatsvinden

In 2005 waren er plannen gesmeed voor één bètafaculteit van de UvA en VU. De besturen kwamen echter niet tot een gezamenlijk plan. 'Onoverbrugbaar' werd het verschil verklaard. Dus werd geïnvesteerd in twee bètafaculteiten. 

Dit zou onnodig veel geld kosten en met één faculteit zou ­samenwerking en versterking van onderzoek en onderwijs vanzelfsprekend zijn. Maar deze stem is genegeerd.

Ik kan me voorstellen dat dit is gebeurd met hetzelfde gedachtegoed dat ook nu doorklinkt in het betoog van Hoogland: 'Bij wezenlijke ­beslissingen - en zeker als de impact daarvan uitstijgt boven het nauwe universitaire belang - dienen bestuurders ondernemerschap te tonen, een visie te hebben, de wil om die visie uit te voeren en de moed om als dat nodig is zich te distantiëren van de luimen van een onder­nemings- of studentenraad.'

Dus geen 'bemoeienis' van de studentenraad, maar gewoon een eigen plan trekken. Hoogland heeft alleen voor het gemak niet benoemd dat hij destijds decaan was van de bètafaculteit van de UvA en daarmee een grote rol speelde in het besluit om twee aparte faculteiten te realiseren.

Over de misvattingen en arrogantie die van dit citaat afdruipen, kan ik nog een essay schrijven, maar ik zal bij het onderwerp blijven. ­

Meneer Hoogland, vindt u het ook niet een beetje hypocriet om de schuld in de schoenen van studenten te schuiven, terwijl u zelf aan de wieg heeft gestaan van deze 'historische fout'?

Een fout die in zijn eerste vorm niet gemaakt had mogen worden. Als er destijds naar studenten was geluisterd, hadden we er nu waarschijnlijk heel anders voor gestaan.

Laten we voorop stellen dat noch studenten, noch de studentenraad tegen een samenwerking van de bètafaculteiten zijn. Maar met dit soort fusies moet er een goed uitgewerkt plan liggen dat de kwaliteit van onderwijs waarborgt. In het ­advies van de facultaire studentenraad staat precies dat: zorgen en kritiek over de waarborging van het onderwijs.

Diegenen die de studentenraad visieloosheid toeschrijven, zou ik graag willen wijzen op het feit dat er in zijn advies is aangedrongen op een samenwerking van natuurkunde, waarvoor het bedrijf SRON naar Amsterdam zou komen. Veel van de commotie rond deze 'historische fout' is ontstaan omdat SRON heeft aangegeven de verhuizing naar Amsterdam te herevalueren. 

Er hadden al in een veel eerder stadium gesprekken moeten plaatsvinden met medezeggenschapsorganen en er had echt geluisterd moeten worden naar de zorgen en kritiek.

Zoals ook bij herhaling is geëist door de studenten­raden, studentenpartijen, studieverenigingen en studentenvakbond Asva. Ik ben in elk geval blij dat de studentenraad de kwaliteit van onderwijs boven internationale allure van de universiteit stelt.

De studentenraad heeft gedaan waarvoor zij bestaan: op­komen voor de belangen van studenten. Ik geloof ook dat als er een dialoog met hoor en wederhoor had plaatsgevonden in een veel eerder stadium, wij nu ergens anders hadden kunnen staan.

Dus laten we alsjeblieft stoppen met de studentenraad afschilderen als een stel visie­loze boosdoeners en de kritiek gebruiken voor zelfreflectie.