Opinie Bewaar

'Stedelijk in gevaar door noodlottige ingrepen gemeente'

Het Stedelijk Museum kampt nog lang met de gevolgen van de affaire-Ruf
Het Stedelijk Museum kampt nog lang met de gevolgen van de affaire-Ruf © Shutterstock

De reputatieschade van de affaire-Ruf voor het Stedelijk Museum neemt alleen maar toe. Egbert Dommering hoopt dat de particuliere geldschieters het tij doen keren.

Het door de commissie Eisma-Peeters over de affaire-Ruf ­uitgebrachte rapport is vernietigend over de wijze waarop het ontslag van de directeur tot stand is gekomen. Het noemt dit ontslag 'een vermijdbaar noodlottig ongeval met ernstige gevolgen.' De ernstige gevolgen zijn de enorme (internationale) reputatieschade voor Ruf en voor het museum.

Het rapport concludeert bovendien dat, ­hoewel er tekortkomingen zijn geweest in de toepassing van de Governance Code Cultuur, Ruf daarmee niet in strijd heeft gehandeld. Haar ontslag was dus niet alleen noodlottig en vermijdbaar, het was ook onjuist. Wat b. en w. en de Kunstraad ook allemaal met dit museum in de toekomst willen, als niet een serieuze poging door museum en de gemeente wordt ­ondernomen die dubbele reputatieschade te herstellen, heeft het allemaal weinig zin.

Het museum zal blijvend worden gezien als een (te) onbetrouwbare partij om zaken mee te doen of in dienst te treden. Dit aspect ontbreekt geheel in de reactie van b. en w. op het rapport en daarom is die reactie ontoereikend.

Scenario einde dienstbetrekking
Uit de door de commissie geconstateerde feiten rijst het volgende ontluisterende beeld. In de bewuste periode van 14 tot 17 oktober was geen ­behoorlijk onderzoek voorhanden om een dergelijke ingrijpende beslissing te rechtvaardigen en er is daaraan in die week ook niet gewerkt, omdat rond 14 oktober een scenario 'einde dienstbetrekking' in werking is gesteld.

Onder druk wethouder stuurde raad van toezicht directeur weg zonder fatsoenlijk onderzoek

Ruf is daardoor enorm onder druk gezet. ­Hoewel er voor dit ingezette scenario met juridisch advies is geschermd, blijkt uit dit advies dat het een ­voorlopig karakter had omdat er geen behoorlijk onderzoek was ingesteld. Er was wel een conceptrapport, maar dat was niet diepgaand, is niet aan Ruf voorgelegd, en heeft gecirculeerd in verschillende versies waardoor de betrokkenen niet over dezelfde informatie beschikten.

Er is in het weekend tussen Grapperhaus (raad van toezicht) en de wethouder kunstzaken contact geweest waarbij de wethouder zich als subsidieverlener heeft opgesteld door er op te wijzen dat naleving van de Governance Code Cultuur een strikte subsidievoorwaarde was.

Geen andere keus
De raad van toezicht, die op maandag 16 oktober de beslissing over het ontslag nam zonder Ruf daarover zelfs maar te horen, dacht mede daardoor dat ontslag de enig overgebleven optie was. In de woorden van de commissie: 'De boodschap van de wethouder luidde: wees u bewust dat naleving van de Code een subsidievoorwaarde is.' Niets meer en niets minder.

Uit de aantekeningen van de secretaris over de vergadering en interviews met leden van de raad lijkt in de vergadering het beeld te zijn ­ontstaan dat de raad mede door de opstelling van de gemeente geen andere keus had dan het ontslag van Ruf te aanvaarden.

De onderzoekers stellen dat de raad ten onrechte tot die conclusie is gekomen omdat er voor subsidie-intrekking wel meer komt kijken, en daarin hebben de onderzoekers gelijk. De interventie van de wethouder lijkt toch verdacht veel op wat juristen 'undue influence' (onbehoorlijke beïnvloeding) noemen.

Daar komt bij dat de wethouder op de dag dat Ruf haar ontslag bekendmaakte, tegenover de media heeft gezegd dat 'heel verstandig' te vinden, hoewel zij op dat moment had behoren te weten dat het onafhankelijke onderzoek waar zij als subsidieverlener om had gevraagd niet had plaatsgehad.

Dubbele reputatieschade
De gemeente die - hoe men het nu wendt of keert - als subsidieverlener de voor het museum en Ruf catastrofale beslissing van de raad van toezicht heeft beïnvloed en die voor de toekomst haar invloedssfeer naar het museum wil uitbreiden, kan er mijns inziens niet omheen alles te doen om de dubbele reputatieschade (en daarmee de geloofwaardigheid van het museum voor de toekomst) te herstellen.

Het woord is nu ook aan de particuliere geldgevers van het museum. Deze zijn tot dusver niet gehoord. Zij zouden mijns inziens het standpunt moeten innemen dat zonder een serieu­ze poging de schade te herstellen dit een museum is dat geen particuliere steun meer verdient.

Lees ook: Ruf 'geroerd' door steun in onderzoek