Opinie Bewaar

'Scooter is gemeenschappelijke vijand van Amsterdammers'

Brommerjeugd in 1963. Brom­fietsen uit die tijd mogen straks alleen nog met een ontheffing de stad in
Brommerjeugd in 1963. Brom­fietsen uit die tijd mogen straks alleen nog met een ontheffing de stad in © Spaarnestad

Oude brommers mogen straks de stad niet meer in. Wie een oldtimer heeft kan een ontheffing krijgen, maar dat wordt een dure grap, stelt publicist Fanta Voogd.

Vanaf 1 januari mogen scooters, brommers en snorfietsen met een bouwjaar van voor 1 januari 2011 niet meer de bebouwde kom van Amsterdam in. 

Naar schatting 30.000 van de ongeveer 55.000 brommerbezitters in Amsterdam worden door deze maatregel gedwongen hun brommer weg te doen. Draconisch beleid, dat opvallend weinig protesten heeft uitgelokt.

Een jaar of drie geleden kocht ik op het Waterlooplein een bromfiets, een automaatje van Nederlandse makelij (Union) uit 1962. Een cadeau voor mijn dochter die zestien zou worden, in de stille hoop haar belangstelling voor techniek aan te wakkeren.

Ik zie alomtegenwoordige boosheid op scooteraars, een enkeling begon over een criminele inborst

De 'damesbrommer' bleek uiterst effectief voor de rit naar mijn moeders verpleeghuis in Weesp. En als ze stilstaat, doet ze dienst als decoratie in de mancave. Het was dus eigenlijk meer een cadeau aan mezelf.

Het nieuwe vervoermiddel heeft mijn ogen geopend voor iets wat me eerder niet was opgevallen. De alomtegenwoordige boosheid op scooter­rijders.

Geen ergernis, maar blinde woede. Over scooters op het fietspad. De giftige dampen op de pont. Een enkeling begon zelfs over de criminele inborst van de gemiddelde scooterrijder. Mijn vrienden- en kennissenkring van veelal hoogopgeleide, vredelievende Amsterdammers heeft in de scooter eindelijk een gemeenschappelijke vijand gevonden.

In die atmosfeer kon de door de gemeente gesteunde organisatie De Gezonde Stad in 2013 een rapport publiceren onder de titel Scooter Sluipmoordenaar. Het rapport vormt de basis van de drastische maatregel die volgend jaar in werking treedt. De gemeente lijkt de strijd tegen mensen die zuinig zijn geweest op hun brommer in Amsterdam te hebben gewonnen.

Een kleine groep brommerbezitters blijft ­echter moedig weerstand bieden en zal het de gemeente niet makkelijk maken: de berijders van oldtimer-bromfietsen. De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen bevat een paar mogelijkheden een ontheffing aan te vragen.

Bezitters van een brommer ouder dan dertig jaar komen in aanmerking voor een weekendontheffing. Die mogelijkheid is bevochten door de Federatie Historische Automobiel- en ­Motorclubs (Fehac), met als achterliggende ­gedachte het behoud van mobiel erfgoed.

Wat de gemeente tijdens de besprekingen met de Fehac onbenoemd heeft gelaten, is dat zo'n ontheffing geld gaat kosten. Volgens gemeentewoordvoerster Laura Berghuis staat er momenteel bij de RDW nog niet standaard geregistreerd of een brom- of snorfiets een oldtimer is. "Dat betekent dat de beoordeling van een ontheffingsaanvraag bewerkelijk is en de administratieve lasten daardoor hoog zijn."

De Fehac en het tijdschrift voor oldtimer­liefhebbers Bromfiets voelen zich bekocht. Hoewel de gemeente de hoogte van de te betalen leges nog niet heeft vastgesteld, gaan de twee belangenorganisaties ervan uit dat er per oldtimer jaarlijks 137 euro moet worden betaald. Hetzelfde bedrag dat sommige bezitters van vervuilende bestelauto's en vrachtauto's nu al betalen voor een ontheffing.

Daarmee zou het rijdend houden van old­timers voor Amsterdammers onbetaalbaar worden en de ontheffing een wassen neus. Vooral ook omdat liefhebbers vaak twee, drie en soms een hele verzameling oldtimers bezitten.

"Je zou ons boek moeten lezen: De Bromfiets (1948-2015)," zegt Lydia de Boorder van het ­tijdschrift Bromfiets over de telefoon. "Dat heeft als ondertitel Een Geschiedenis van de ­Verschoppeling van de Weg. Die typering gaat nog altijd op."

De Fehac en Bromfiets hebben hun achterban opgeroepen massaal bezwaar aan te tekenen tegen de heffing. Kansberekening uit de losse pols heeft mij doen besluiten het risico van een boete tijdens die tien, twaalf ritjes per jaar voor lief te nemen.

Maar eerst moet ik de 55-jarige weer eens aan de praat zien te krijgen.