Opinie Bewaar

'Politici en media, help bij burgerideeën'

Urban Sport Zone, gepland in 2019 op Zeeburgereiland, is ontworpen in nauw overleg met bewoners en gebruikers
Urban Sport Zone, gepland in 2019 op Zeeburgereiland, is ontworpen in nauw overleg met bewoners en gebruikers © Artist impression

Om burgerinitiatieven te laten slagen is minstens een 'dubbel netwerk' nodig, aldus Menno van der Veen. Zouden mensen uit de buurt niet in de raad moeten zitten?

De Brug, een lokale krant voor Amsterdam-Oost, berichtte afgelopen week dat van de lokale initiatieven die werden ingediend voor het Gebiedsplan ­IJburg-Zeeburgereiland, een wel erg groot deel afkomstig was van ambtenaren.

Initiatieven voor de aanpak van het Jorens Ivensplein, sport en nieuwe locaties voor maatschappelijke activiteiten bleken allemaal door ambtenaren te zijn ingediend.

Hoewel dat op zichzelf niets zegt over de kwaliteit van die initiatieven (die kan best hoog zijn), vormt het gegeven wel een interessante­ ­illustratie van een van de bevindingen uit ons onderzoek naar de invloed die bewoners kunnen uitoefenen op de ontwikkelingen in hun omgeving.

Scepsis
Om kans te maken op de verwezenlijking van een initiatief, of om in volwaardig aan de onderhandelingstafel plaats te kunnen nemen, moet een organisatie 'dubbel genetwerkt' zijn.

Menno van der Veen

Postdoc onderzoeker bij de afdeling sociologie van de Universiteit van Amsterdam

Die term benoemt wat veel bewoners in de praktijk ervaren: om succesvol in de stad te kunnen participeren is een netwerk in de Amsterdamse politiek (en bij voorkeur ook in de media) minstens net zo belangrijk als een netwerk in de buurt.

Buurtorganisaties lopen vaak tegen de scepsis aan dat ze maar één specifiek belang vertegenwoordigen (en niet de hele buurt) en hebben de contacten met politici en media nodig om zich aan die scepsis te kunnen onttrekken.

Goede contacten
In ons onderzoek naar succesvolle (en minder succesvolle) pogingen om initiatieven te starten of plannen te veranderen stellen we steeds vast dat die 'dubbele genetwerktheid' in veel Nederlandse en buitenlandse steden een vereiste is. 

Zo wisten de organisaties Tam-Tam en ADA13 in Parijs de plannen van het grootste ontwikkelingsproject (Rive Gauche) te veranderen omdat ze goede contacten hadden in de politiek, in de media (Tam-Tam) en omdat ze al jaren de armoede in het arrondissement probeerden te bestrijden (ADA13). 

In Amsterdam-Zuidoost volgen we al een aantal jaar de organisatie HartVoorDeKbuurt (HvdK) die tot doel heeft de bewoners het participatieproces in de K-buurt te laten bepalen. HvdK is succesvol dankzij de goede contacten met raadsleden, AT5 en Het Parool, en vindt sinds de laatste lokale verkiezingen ook een gewillig oor bij bestuurders. 

Omgekeerd zien we initiatieven die goed verankerd zijn in de buurt, maar minder goede contacten hebben bij politiek en media (zoals de Boeletuin bij de VU) vaak sneuvelen.

Hart voor de K-buurt is succesvol dankzij goede contacten met AT5, Het Parool en raadsleden

De periode van de verzuiling ligt alweer een tijd achter ons, maar de afgelopen jaren zijn ook andere organisaties die van oudsher de brug tussen het buurtniveau en het stedelijke niveau vormden verdwenen of kleiner geworden. 

Ook de PvdA die bekend stond om haar vertakkingen in de 'haarvaten' van de stad, is inmiddels veel kleiner en al een aantal jaar niet meer de vanzelfsprekende bestuurderspartij van ­Amsterdam. Stadsdeelraden zijn vooral uitvoeringsorganen geworden van de stedelijke politieke keuzes. 

'Tastbare' politiek
Dat roept de vraag op of lokale politici de opdracht om contacten te leggen tussen buurt­organisaties en andere instituties serieuzer moeten nemen. Een lokale politicus zou spreekuur kunnen houden en zijn of haar contacten met media, politiek en andere instituties (zoals financiers of advocaten) kunnen inzetten om die lokale initiatieven toegang te geven tot een netwerk dat burgers helpt bij het verwezenlijken van hun doelen. 

Er zijn natuurlijk raadsleden die dat al doen. Maar misschien is het tijd om ook eens de discussie over het districtenstelsel te openen. De 22 gebieden waarin Amsterdam is opgedeeld zouden dan elk een vertegenwoordiger in de gemeenteraad krijgen. 

Dat leidt tot een gemengd stelsel: van de 45 gemeenteraadsleden zouden er dan 22 een direct mandaat van hun gebied hebben. Dat maakt de stedelijke politiek 'tastbaarder' en meer verankerd in de buurt. 

Misschien dat bij een volgende ronde dan niet de ambtenaren, maar ook de buurtbewoners hun initiatieven terugvinden in de gebiedsagenda.

Menno van der Veen is woensdag een van de gasten bij het programma R-Link: Burgerinitiatief: te veel gevraagd? Hierbij gaan wetenschappers en bestuurders in gesprek over de rol van burgers in stedelijke ontwikkeling. Pakhuis De Zwijger, aanvang 19.30.