Opinie Bewaar

'Niet kunnen is een verstopplek voor mannen die niet willen'

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

In mijn dromen zie ik steeds vaker een man tegen een hek staan. Het is een gewone man. Hij kijkt wat voor zich uit zoals alleen mannen wat voor zich uit kunnen kijken.

Het ziet er in eerste instantie uit als dromen, maar het is in feite niets meer dan kijkend wachten. Hij wacht op de liefde van zijn leven en als hij of zij niet spoedig langskomt, wacht hij op het einde van de wereld. Een verse grasspriet zit klem tussen zijn hoektanden.

Het is 1896, ergens in het midden van oktober. De man is net klaar met werken. Hij is de snelste koeienmelker van het dorp. Iedereen noemt hem Midas de melker. ­Iedereen, behalve zijn moeder.

De man leunt tegen het hek. Hij wil nog niet naar huis. Hij wil de preken van zijn moeder nog niet horen. Hij houdt van zijn moeder, maar dat hij van haar houdt, wil nog niet zeggen dat hij haar hoeft te zien. ­Vorige week vertelde ze hem weer de waarheid. Haar waarheid. Over zijn potentie om de wereld te kunnen veranderen.

"Ik heb je niet op deze wereld gezet zodat je in de voetsporen van je vader kunt treden. Je vader was, God hebbe zijn ziel, een charmante mislukkeling. De snelste koeienmelker van het dorp. En nu ben jij de snelste."

"Vader heeft me alles geleerd."

"Zijn alles was heel weinig."

"Soms is weinig meer dan genoeg."

"Ik schaam me voor je als ik naast je loop."

"Dan zal ik voortaan achter je lopen, moeder."

"Ik zal me ook voor je schamen als je achter me loopt."

"Maar meer kan ik niet doen."

Hij is nu niet alleen de snelste koeienmelker van het dorp, hij is nu ook de eerste dorpeling ooit die een automobiel zag

"Je bent precies je vader. Niet kunnen is een puike ­verstopplek voor mannen die niet willen. Daarom ben je ook nog niet getrouwd. Wij vrouwen zoeken naar ­hemelbestormers, niet naar hekleuners."

Het houten hek dat om de melkveehouderij staat, is zijn favoriete hek om tegen aan te leunen. Het is een oud hek. Zijn grootvader heeft het ooit in elkaar gezet. Het is het langste houten hek van het dorp. Het is precies drie centimeter langer dan het hek van de familie Hoogwout.

Dan hoort hij het. En niet veel later ziet hij het. Het is zwart en het rijdt. Hij wrijft zo hard in zijn ogen dat hij zichzelf kan voelen nadenken in zijn knokkels.

"Wat is dit? Waar kijk ik naar?" vraagt hij aan de bestuurder van het ding.

"Dit is een automobiel. En weet u wat, meneer? U bent de eerste dorpeling die een automobiel heeft gezien. U kijkt naar twintig kilometer per uur. U kijkt naar binnen een dag in Parijs."

"Kijk ik naar iets wat de wereld gaat veranderen?" vraagt Midas de melker. "Nee, u kijkt naar de verandering. Kijk! Wat ziet u?"

Hij denkt na en hoort de woorden die zijn moeder ­vorige week sprak: 'Ik zal me ook voor je schamen als je achter me loopt.'

Nu kan ik ook gewoon langs haar rijden, denkt hij. Naar België of Frankrijk. Naar een dorp waar de hekken langer zijn. En de liefde misschien op mij wacht.

Of ik blijf hier, alwaar ik zal sterven in de voetsporen van mijn vader.

Midas trekt een verse grasspriet uit de grond en stopt deze tussen zijn lippen. Hij is tevreden. Hij is nu niet alleen de snelste koeienmelker van het dorp, nee, hij is nu ook de eerste dorpeling ooit die een automobiel zag.

Nu kan hij met een gerust hart achterover leunen. Leunen tegen het hek van zijn grootvader. Het houten hek dat zo oud is dat je de splinters heerlijk kunt horen gapen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl