Opinie Bewaar

'Niemand zal bang zijn voor de man met de eendensokken'

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

De telefoon gaat.

"Heb je zin om te voetballen?"

"Waar?"

"Op dat pleintje achter de Overtoom."

"Hoe laat?"

"13:00."

"Okidoki."

Okidoki. Ik zeg het best vaak. Okidoki. En altijd heb ik spijt. Okidokispijt.

Als ik aankom, zie ik mijn vriend al zitten. Hij zit met zijn rug tegen een doelpaal aan. Donkerblauwe polo, rood voetbalbroekje.  

"Heb je geen bal bij je?" vraag ik.

"Nee, maar er komt straks vast wel iemand met een bal."

Ik wil boos op hem worden, maar hij heeft gelijk. De zon schijnt. Er is ongetwijfeld een bal onderweg. Samen wachten we op iemand die wel een bal bij zich heeft.

"Hoe is het op werk?"

"Goed."

"Hoe is alles thuis?"

"Prima."

Vluchtig bespreken we de belangrijke dingen en grondig bespreken we de rest.

Mijn vriend kijkt naar mijn sokken en schiet in de lach.

"Die sokken kunnen echt niet. Waarom heb je beige sokken aan? En staan er nou echt rode eenden op?"

"Ik kon geen andere sokken vinden," zeg ik.

'Als u de bal honderd keer hoog kunt houden, mogen jullie meedoen'

"Dat zijn toch geen voetbalsokken, man! Het zijn mooie sokken hoor, maar dit zijn sollicitatiegesprek­sokken. Of sokken die je op een eerste date aantrekt. Als we straks gaan voetballen, zal niemand bang voor je zijn. Niemand zal bang zijn voor de man met de eendensokken."

"Ik wil ook helemaal niet dat mensen bang voor me zijn. Ik wil dat ze me respecteren of me in ieder geval kunnen doen laten geloven dat ze me respecteren."

In de verte klinkt het gestuiter van een bal, mijn vriend pakt mijn bovenbeen vast en zegt dat het showtime is.

Vier jongetjes lopen het pleintje op. Ze zijn jong, om en nabij de tien lentes jong. Maar zij hebben de bal, dus zij zijn de baas. Wij moeten zo, ondanks het feit dat we bijna dertig jaar ouder zijn, aan ze gaan vragen of we mee mogen doen.

"Mogen we misschien meedoen?" vraag ik.

"Zijn jullie niet iets te oud om mee te doen?" zegt het jongetje van wie de schoenveters dezelfde kleur als zijn haarband hebben.

"Maar we zijn echt goed. Echt waar. We zullen jullie niet teleurstellen."

"Als u de bal honderd keer hoog kunt houden, mogen jullie meedoen."

Ik pak de bal vast, haal drie keer diep adem en ruik leer. Er fietst een vrouw voorbij, ze fluit een opgewekt liedje. De vrouw fluit de winter van zich af.

Een paar minuten later lopen mijn vriend en ik teleurgesteld naar huis. Met behulp van mijn telefoon bestel ik een voetbal op een website.

"Morgen hebben ook wij een bal," zeg ik.

"Zullen we morgen dan weer afspreken?"

"Okidoki."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. 

james@parool.nl